*Groninger Kustvaart*

Gepost! Terug naar: **Groninger Kustvaart*
<http://www.iezie.be/cgi-bin/free/forum/mbview.pl?site=JB> -  *Pagina
herladen*

*
*Naam* *Bericht*
*Jolly Sailor*

16/11/2004
19:49:24 * Oude kapiteins op de praatstoel*

Oude kapiteins op de praatstoel

De zeilende kustvaarders vormen een uitstervend ras. Er zijn nog maar
enkele oud-leden van het Koninklijk Zeemanscollege-De Groninger
Eendracht in leven die op enkelen alleen de zeilende kustvaart bedreven
De laatste mannen van de tjalken en schoeners, een enkele klipper of
Friese maatkast zii vormen op het moment van dit gedenkwaardige jubileum
de generatie der allersterksten. Immers, nu onze volledig zeewaardige,
hypermodern uitgeruste schepen van de KHV overal op de wereld varen
lijkt de tijd ver achter ons dat deze kerels,,op avontuur" zee kozen op
hun rondborstige maar prima uitgeruste zeilschepen De tijd waarin wij
thans leven; mag dan dikwijls als hard worden aangemerkt: maar hoe hard
was dan het leven van deze voorgangers? Zii legden in feite de basis van
onze opmerkelijke huidige bedrijven Na een anderhalve eeuw
Zeemanscollege doen de herinneringen van de oudste schippers van de zee,
die nog in ons midden ziin, bijna wat onwerkelijk aan. Zes jaar geleden,
in de herfst van 1974, bezocht schrijver dezes een aantal toen nog
levende bejaarde schippers van de zeilende kustvaart Van hun verhalen
werd het boek Schippers van de zee samengesteld Een aantal van de toen
gemaakte notities, aangevuld met enkele meer recente, drukken we op de
volgende pagina's af.Het merendeel van de in 1974 nog levende vertellers
hebben het 150-jarig bestaan van "hun" College niet meer mogen beleven.

*Anoniem*

16/11/2004
19:59:29** * Oude kapiteins op de praatstoel*

Hendrik Oldenburger:

De houtreis maakte alles weer goed



Hendrik Oldenburger,oud schipper van de Groninger kustvaart hier op
95-jarige leeftijd gefotografeerd


WijIen schipper Hendrik Oldenburger, geboren op 13 mei 1880, geeft in
zijn verhaal blijk van de zeer bijzondere mentaliteit die er toch moet
hebben geheerst in de kustvaart Hij zegt o.m:
,Na die tjalk kocht ik een kleine schoener. Je kon er langer zee mee
houden. lk voer ermee op de Oostzee, en had een dienstdiploma.

Er werden centen verdiend. In ballast vaak naar Hamburg, of je nam voor
f 400 minus de makelaarskosten, haven-- en loodsgelden cokes mee naar
een houthaven. De houtreis maakte dan alles weer goed. Ik was er vroeg
in mei en dan heb ik het wel gehad dat het ijs nog tussen de wrangen zat
van die pramen waarmee het hout van de zagerijen langszij werd gebracht
Hout man, dat was goed varen. Duizend tot twaalfhonderd mark als je
tweehonderd stander laadde. Dat was in de tijd dat je honderd borrels
had voor vijf gulden oftewel een liter voor een gulden. Niet, dat we zo
zopen hoor. Gezuip wilde ik niet aart boord. lk was hooguit een
regelmatige drinker, dat wil zeggen in de eerste plaats matig. Als het
goed ging namen we er een en als het slecht was twee. Dan houd je het
vol. Ik besta nu bijna 95 jaar, maar voor de gezelligheid pak ik er nog
wel eens een paar. En dan vallen ze best dat zal ik je vertellen.


Alleen op zee zwalken kun je je leven lang niet doen. Ik wilde een vrouw
naast me. Ook op zee. lk kreeg ze in de peiling toen we in Duisburg
moesten laden. Ik had wel. een beetje haast want in Koblenz kon ik
bimstenen krijgen voor Koningsbergen. Nu voer die ouwe man van haar
bimzand op Bremerhaven, maar dat wist ik toen nog niet Laat ons nu
achter dezelfde sleepboot kornen. Ik zie daar voor rokken aan boord, dus
grijp ik autornatisch naar de kijker.


D'r is een bij en dat is een hele mooie, zo op't oog, " zei ik tegen
rnijn stuurman en die was ook vrijgezel. Hij kijken. ,,Dan weet ik wie
je bedoelt, " zegt hij en legt de kijker neer. Dus waar die ouwe man van
de sleep gaat ga ik er ook af En m,n haast was over. We kwamen samen op
de laadplaats. Samen met die ouwe schipper ging ik me melden bij de
stuwadoor. Weinig woorden, dat weet ik nog wel. Maar er was ook een
jonge Belg bij en die had meer lawaai Laat die vent nou ook een oog
hebben laten vallen op dezelfde meid. Ik denk, dit wordt strijd lk zeg
tegen haar vader, ,ik ga maar met u mee om een bak koffie. "


De brutalen hebben de hele wereld. Dat zou blijken, want ik ging
inderdaad met die schipper de roef in. 't Waren Friezen van komaf, uit
de buurt van Heerenveen, en het was een geweldige meid. Maar goed, ik
had ze nog niet, want die ouweheer zei haast niks. Later blijkt dat hij
ze best kwijt wil aan een Groninger met een goed zeeschip, want in
Friesland waren veel schippersjongens op van die skutsjes blijven hangen
en die stonden hem niet zo aan. "



Roelof T. Tammes:
Vanaf Finland naar
Eendrachtsfeest

Een andere vertelling van een zeilende kustvaarder is het sfeervolle
verhaal van Roelof T. Tammes, een betrekkelijke jonge telg uit een oude
familie van Groninger zeevaarders. Het volgende citaat zou beschouwd
kunnen worden als een fragment uit een Gronings volksverhaal.

,,We voeren met een lading boomstammen van Finland op de thuishaven aan
De winter moet al in december gekomen zijn die keer, want we zouden nog
maar net voor het grote samenzijn van het Zeemanscollege,,De Groninger
Eendrachf' thuis kunnen zijn En dat was altijd op 12 januari. Een groot
familiefeest was dat in onze tijd Je vond er zelfs je vrouw en je
vrienden. Vanouds kwamen er alleen de doden niet, en natuurlijk ontbrak
er ook een aantal leden van de Grote Reis; die zaten bijvoorbeeld in
Zuid-Amerika of elders.



De bemanning van de driemastschoener Europa,kapitein-eigenaar Tamme
Tammes(met strohoed)



De Bemanning van de coaster Europa in 1936,kapitein Evert Smit

Goed, we waren onderweg van Finland. De schipper sprak die keer niet van
het Eendrachtsfeest, maar het was al bij het laden in Finland duidelijk
dat hij als de donder naar huis wilde. In de Oostzee begon het er
trouwens naar uit te zien dat we het weer tegen zouden krijgen en de
12de januari wel eens niet konden halen. De schipper toonde zich
gedreven en dat werkte die keer op de oude stuurman als een rode lap op
een stier. ,'t Is God en de duivel tarten, " zei de stuurman Ik hoor het
hem nog zeggen. Hij was zonder meer een kundig zeeman. Maar daar in de
Oostzee ging hij bij mijn weten voor het eerst dwars liggen. De
schipper/eigenaar van de tjalk was een man van even veertig. Het is de
grootste bullebak die ik ooit gekend heb. Hij schoor zich nooit Z,n rode
baard stond alle kanten uit Hij droeg geen pet Hij was alleen schoon op
z'n schip. Wie in de Groninger Oosterhaven of ergens in Denemarken of
Zweden met smerige poten of zelfs ook maar met schoenen, laarzen of
klompen aan in de buurt van z'n kajuit kwam, stond of lag binnen een
paar tellen weer op de wal. Maar varen kon'ie wel. Hij maakte nooit
brokken. Hij voelde aan z''n water dat er rotweer kwarn.

Een brutale schipper was hij, maar net niet roekeloos. Niet benauwd voor
een moeilijke zee en op ieder moment van de dag of nacht de zaken aan
boord puik voor elkaar
Secuur was'ie in't laden van alles. Van hout bijvoorbeeld. Hij nam in
iedere poot soms een stuk paal en wanneer er iets gesjord moest worden,
dan sjorde hij ook werkelijk Daar had geen Zweed of Deen of Noorman van
terug. "


*Huug <mailto:evegaars2@zonnet.nlk>*

16/11/2004
21:48:18 * Oude kapiteins op de praatstoel*


Dit plaatje komt hier beter van pas. In de stad groningen ligt dit schip
afgemeerd. Welke het is weet ik niet maar misschien uit de prille jaren
van de kust of wadden vaart.

Inzending Roelf.

*compass <mailto:sjb.gron@worldonline.nl>*

16/11/2004
22:43:45 * Oude kapiteins op de praatstoel*
Zie onder Tjalken van Groningen Roelf

Groeten,
Bert de Boer


*Jolly Sailor*

17/11/2004
16:10:55** * Oude kapiteins op de praatstoel*




Berend Kip uit Delfzijl:


Er was maar een weg:

over zee

Een in 1974 al hoogbejaarde en inmiddels overleden oud zeeman was Berend
Kip uit Delfzijl. Hij begon zijn loopbaan op een houten bark

, Toen ik 92 jaar werd dacht ik ,Berend mien jong, doe moust neudig then
levensramp'n opschriev,n." Want rampen waren het toch. Maar telkens als
ik dan de pen beet had en het zou wezen, dan dacht ik ,Ach, wat kan het
me ook nog verdommen. lk hoef niet meer terug te zien en ook niet meer
vooruit Het is voorbij. Als ik dood ben weet niemand het meer. " En het
hoeft ook niet, want het was een rottijd Vader was een korte gedrongen
kerel. Net als ik Zeeloods was 'ie. Het was aan het eind van de jaren
tachtig en je kon als kind van een groot gezin maar een kant op naar
zee. Op het eerste schip zaten ze me te pesten. Ik dacht ,wacht maar tot
ik je in m,n macht heb, dan stamp ik je op een goede dag voor je
harsens. " Ze zeiden: ,Kip, een vrouw en een kip zijn de pest op een
schip. " Kijk, ik heet Kip, zodoende.


Nou, toen ik zestien was, stond ik mijn mannetje. Alleen voor de
kapitein had je respect Daar bleefje met je poten af al was het ook nog
zo'n slechte. ,Beste zijn er niet" zei vader. Maar dat was natuurlijk
loodsenpraat, dat begreep ik later wel. Houthandelaar Nanninga had een
tweedehands driernastbark gekocht Een kreng. Ik bedoel die bark.Nanninga
had een houthandel in Winneweer en wilde de aanvoer in de hand houden.
Ik denk dat hij het deed orndat reder/kapiteins meestal erg helder waren
en een goede vracht wilden beuren. Kijk, en dat wilde Nanninga in die
jaren zelf verdienen. Dus, hij tikt in Le Havre die bark op de kop. Een
houten schip. Pas zestien was ik en ik werd er matroos op.


Op naar Amsterdam om aan te monsteren. Was eind negentiger jaren. Weet
je wat zo'n reis betekende in die dagen? Je wist helegaar niet hoever
Amsterdam eigenlijk van Groningen lag. Je wist van geen afstanden, je
dacht alleen in tijd. Amsterdam was minstens een volle dag zeilen. En
als het tegen zat, twee dagen, of drie
Toen ik met m,n plunjezak over de schouder aan kwarn lopen toen dacht ik
,nou een mooi houten schip." ,,Cokes brengen naar Rusland," zeiden ze.
En zo ging dat"




Harm Nieboer:

Je moest half duivel, half mens wezen

Een zeeman in hart en nieren, en indertijd een trouw lid van het
Zeemanscollege is oud-schipper Harm Nieboer uit Groningen. Hij kan een
van de laatste zeilschippers van de kustvaart worden genoernd. , Toen de
oorlog uitbrak, " vertelde hij, ,had ik als kokkie op de
tjalk,,Arnicitia'' 'van Jan Kiestra gevaren.

lk had al bij Jans Buisman op de,,Alida" gezeten en op mn sodemieter
gehad, ik was al min of meer door de wol geverfd op die rot sleepboot
van het Dordtmund-Eemskanaal. En in het laatst van februari 1914, toen
ik de dienst achter de rug had en de papieren op zak, stapte ik als
stuurman bij ene Joop Sloots uit Gasseltemijveen aan boord. Een
tweemasttjalk was het de ,Norma". Daar, bij dikke Joop Sloots, leerde ik
weer wat anders. We lagen in Frederikstad, in de Oslofjord, toen de
eerste wereldoorlog uitbrak.We hadden met een lading kopsteen van
Yarmouth een knappe reis gehad. Maar ter hoogte van Esbjerg werd het
slecht en we hebben veertien dagen rondgezwabberd voor we er waren. Ik
zie dikke Joop nog de wal op scharrelen. ,He, he." En daar zeiden ze dat
het oorlog was.


,,Nou, dat kan nooit langer dan een paar weken duren," zei Sloots, ,er
is zo langzamerhand zulk geweldig oorlogstuig, er zijn al kanonnen die
twintig kilometer ver kun nen schieten, en vliegtuigen en zeppelins en
mitrailleurs. " Sloots was een Gasseltemijvener, en die hadden altijd
flink geleerd en gelezen. Dus Sloots wist het Maar het zou vier jaren
duren, een tijd waarin veel risico's door onze kustvaarders werden
genomen. "




Zeilmaker Kwint:

Nieuw zeil, dat kwam precies!

Een speciaal aspect van de Groninger kustvaart wordt belicht in een paar
uitspraken van de eveneens inmiddels overleden Groninger zeilmaker
Mattheus Kwint Hij vertelde in 1975:


,,Rotterdam is harder dan Groningen zeggen ze, Groningen is weer harder
dan Friesland en Noordwest-Overijssel. Daar wonen nog van die mensen die
staan grienen wanneer hun schip naar de sloop moet De zeezeilers niet,
kerel. Daarvan zijn er die kennelijk nog nooit van hun leven een traan
hebben gelaten. Soms heb ik daar later als zeilmaker wel eens de pest
aan gehad. Dan dacht ik ,,Daar ga ik weer, daar is weer eentje die het
onderste uit de kan wil hebben. " Nou, hij kreeg het onderste uit de
kan. Want zaken zijn zaken. lk heb me eigen tenslotte ook boven water
gevaren en een grote zaak opgezet.

Vertel me niet dat het leven vroeger harder was dan nu. 't Was anders.
Ik heb de tijd nog meegemaakt dat ik als knechtje bij zeilmakerij
Pasveer zingend zat te zeilnaaien Je moest zien tien steken op de lengte
van de naald te houwen En dan samen werken aan een groot schoenertuig.
Eerst het zeilgaren teren. Dat was toch mooi werk.
Je had er toen uren voor nodig om twee banen van veertien meter aan
elkaar te naaien.

's Morgens vroeg heb ik wel eens het gevoel gehad van,,dit red ik
vanduag niet '. Dan kon ik weI janken van de pijn Die naald moest je
door het zware hennepdoek zien te krijgen Je vingertoppen leken dan soms
op verse lappies spek- ,Deurgaan," zeiden de ouwen toen nog tegen de
jongen. En dan ging je deur, want de ouwen waren toen
nog de baas. En als je niet meer kon, dan greep je naar de tang, om zo
de naald erdoor te trekken.

We rekenden tachtig cent de el. In het grootzeil voor een schoener ging
400 el, in de bezaan 200 el de vier fokken moeten 100, 60, 40 en 30 el
geweest zijn. Met een paar centen winst op de el was zo'n tagrijn al
lang tevreden.
,,'t Is een vakman," zeiden ze van Pasveer. Hij kwam van De Lemmer en
was inderdaad vreselijk secuur. Als je een zeil af had en je ging een
tjalk of schoener optuigen, dan was hij er meestal zelf bij. Wee degene,
die met z'n poten op het doek ging staan. Het moest er schoon en goed
bij staan.

Natuurlijk waren er weer de ouwe varensgasten, die een oogje in't zeil
hielden. Je kreeg kritiek van de wallekant Ongezouten soms. Niet te hol
niet te vIak mochten de zeilen staan, Bij de schoeners kreeg je wel eens
kritiek op de stand van de grootzeilsgiek. Je hoorde er voor te zorgen
dat zo'n boom anderhalve meter hoger in de schoothoek moest zitten dan
op de knecht, anders beviel het de heren niet Je kon zogezeid het schip
in pan als je te weinig rekening had gehouden met een hellende mast.

Het ging de kustvaarders niet alleen orn de voortgang te winnen, ze
wilden ook een handzaam spulletje op zee. Maar als je de nok van een
vijf meter lange gaffel niet precies drie meter boven de klauw had
zitten, dan zagen ze het. Als er bij het optuigen iets niet helernaal in
de haak was, dan hoorde je het niet, dan voelde je het Er hing een
kritische en afwachtende sfeer rond het optuigen van een nieuw spulletje."



Douwe Stienstra:

.t Vroor dat het knapte

Rampen bleven onze oude zeilvaarders niet gespaard. Zeker oud-schipper
wijlen Douwe Stienstra niet.

,,Boven Jutland kregen we teveel wind, recht van achteren. We durfden
niet langer te lenzen. 't Was bijna stormweer geworden. Op deze
zaterdagmorgen zijn we gaan bijliggen: dan over bakboordboeg, dan een
poos over stuurboord. En we konden zo'n beetje zee houden. Maar vraag
niet hoe. Die,,Maria" was puik getuigd, maar m,n nieuwe bezaan woei uit
de lijken. Acht dagen en acht nachten na die zaterdagmorgen knapte het
weer eindelijk wat op. We hadden als een zeevogel dag in dag uit op de
storm gedobberd.

Toen het wat handzamer werd, gingen we weer verder. Door het Kattegat
zochten we de Zweedse kust Dat was opperwal. Maar acht dagen stormweer
was nog niet mooi genoeg geweest Het werd weer storm. Op Oudejaarsdag
1921 was het De,Maria" lag er met die dikke lading diep in. Soms was het
of er evenveel zee overheen als onderdoor ging.

Gek eigenlijk dat je op zulke momenten niet benauwd was. Nou krijg ik er
een warme rooie kop van. Maar toen? Het is stervens waar, maar benauwd
was ik nooit. lk kreeg trouwens wel in de gaten dat het mis met
de,,Maria" zou gaan. We zaten te dicht onder de wal en we hadden een
krimpende wind. We raakten op lager wal bezet Ten anker dus achter beide
ankers. Wat ik al verwachtte, gebeurde. De ankers gingen krabben.

In de verte zag je hoe de zee brandde op de stenen van de kust van
Halland. ,,Het gaat gebeuren, " zegt m'n zwager, die stuurman was. M'n
vrouw hield zich rustig. Iedereen trouwens, de kok en de matroos ook,
dat moet ik ze allernaal nageven. Zoetjes aan verlagerden we.
Er was geen zeil meer te zetten waarinee we van lagerwal zouden kunnen
ontkomern. Alles ging aan flarden. We konden niets anders doen dan
wachten hoe het ging aflopen. Even heb ik gedacht de ankerkettingen te
slippen. Wantje kreeg het gevoel dat je met de hele handel en die dikke
200 ton zout wel over de stenen heen zou slaan. In de oudejaarsnacht nog
wel.

Misschien om een uur of half twaalf, voelden we de eerste klap. Die was
meteen goed raak. De,,Maria" donderde op de stenen. We schoven een eind
verder. Toen kwam er zo'n klap, dat het hele schip in een keer als een
huis zo vast zat. Ik denk dat in die nacht de hele lading uit het schip
is gespoeld. We zaten op een stuk rots van misschien wel duizend ton. De
steen zat gewoon midden in het ruim, het schip had z'n nek gebroken.
,,Hij breekt, " hoor ik rnijn zwager roepen. We hadden veel touw over
dek gespannen, zodat we ons allemaal wel ergens vast konden houden. Even
later zaten we met ons vijven bij de grote mast en het was een
oorverdovend lawaai. Ik dacht niet meer aan de mooie tjalk, aan alles
wat je kwijtraakte, je denkt dan alleen nog maar aan het leven van je
vrouw, jezelf en je bemanning.
Zelf had ik moeite me aan de mast vast te klemmen. 't Was beijzeld,
bitter koud en glad. Het vroor dat het knapte. Het ijs zat aan rondhout
en vallen, en overal aan dek."

De Stienstra's konden zich die nacht met moeite aan de golven
ontworstelen en werden tenslotte gered.




Kapiteinske:

Witte was aan de lijn

Dat ook de kapiteinskes hun mannetje stonden vertelt mevrouw Feikje
Bakker-Ferwerda, wonend in een bejaardenflat in Paterswolde:

,,De ene avond zat je gezellig met een ploeg Wadvaarders in een kroeg op
de Reperbaan in Hamburg, een paar nachten later botste je met vliegend
weer op het Wad rond, terwijl alle bakens van hun plaats gerukt waren.
Of je ligt in Cuxhaven, en die kerels willen toch uitvaren. Met slecht
weer. En dan zeg je maar niks. Want je hebt eenmaal je keuze gemaakt Je
staaat als vrouw voor je plaats. En die is naastje man.

In Kolberg, Kolobrzeg heet dat nu, zie ik nog voor me hoe wij tevreden
lagen te wachten op vertrek. De zon scheen, en hij lakte de
kajuitdeurtjes. lk hing de was aan de lijn. Witter dan ze daar in
Pommeren gewend waren zeker, want toen er een paar nette walmensen langs
kwamen, bleek dat ze vrouwen op schepen daar helernaal niet gewend
waren. ,Bent u aan boord ingehuurd om de was te doen?" vroegen ze. Ze
waren gauw vertrokken, want ik zeg Ja, en ik slaap bij de schipper'."

*Jolly Sailor*

19/11/2004
00:56:07** * Oude kapiteins op de praatstoel*





Pieter de Wit:

In Malmo daar brak
de oorlog uit

Het was in de oude kustvaart een tijd van degelijkheid en soberheid.
Toch was er een zekere sfeer en tevredenheid die men vandaag niet meer
zal aantreffen. WijIen de heer Pieter de Wit vertelde in 1974:

Zo lagen we in 1914 in Malmo en hoorden dat de oorlog was uitgebroken.
We mochten de haven niet uit Zes weken bleven we liggen. De eerste
vliegtuigen zag je overkomen. Het zat er niet in orn nog naar Nederland
terug te varen. Maar in Scandinavie konden we wel varen. In die
oorlogsjaren zijn we in de Deense wateren gebleven. Toen de oorlog in
1918 voorbij was, kwarn ik eerst weer thuis en kende m.n zusje niet meer
die thuis was gebleven.

Ik sprak behalve plat Gronings behoorlijk Deens. We hadden het schaatsen
geleerd in de tjalkhaven van Kopenhagen, we hadden de jongens leren
kennen in het zeemanshuis daar. Daar, bij de Deense vader en moeder van
het ontmoetingscentrum gingen we op catechisatie, muziek en zang. We
hielden van de Denen. En de Denen van ons. Maar we gingen doorgaans niet
met ze vrijen Gek eigenlijk, maar het werd ons geleerd dat het beste
volk van de wereld nu eemnaal op de tjalken en schoeners en klippers en
Friese maatkasten zat dat was de familie waar in je thuis hoorde. De
dochters trouwden met de zonen en er waren eigen normen ontstaan. Als
het 's avonds tegen half negen liep en de petroleumlamp in de roef moest
worden aangestoken, dan doken de schippers en hun vrouwen samen de kooi
in. En dan bleef de oudere jeugd soms nog gezellig napraten, maar dan
hoorde er wel iets serieus aan de hand te zijn want anders mocht dat
niet Kwarn de lamp dan aan, dan werd die zo laag mogelijk opengedraaid.
je moest zuinig op de petroleum zijn, tenslotte. En vaak is hij dan ook
maar uitgeblazen moet je rekenen.

lk heb vader en zijn buurman horen zeggen: ja, ja, dat vrouwtje van
Roelf heeft een gat in d`r hand,die laat na negen uur de lamp maar volop
branden;Roelf krijgt een zware reis, want dat wijf hijst de zeilen hoger
dan de mast",,Ja," zei de buurman dan weer, ,met zo,n vrouw aan boord
maakt je schip veel zog. " Zo werd dan een oordeel geveld"




Rieks Verheek:

Bouwer is ook hard
bestaan


En dan de scheepsbouwers. Een prototype van de vroegere generatie is
Rieks Verheek geweest, een bekende naarn in de unieke wereld van de
Groninger scheepsbouw. In zijn verhaal geeft hij iets weer van de harde
sfeer in de ,,goede oude tijd":

,,E. J. Smit in Westerbroek was m,n eerste hellingbaas. Ik moet een jaar
of elf, twaalf zijn geweest Nageljongen. Viff gulden verdiende je voor
het verwerken van duizend nagels en de werfbaas telde ze na. Maar ik was
toen nog geen klinker, ik maakte de nagels witheet Er waren bij het
klinken een voorhouder, twee klinkers, twee nageljongens. Na een week
van dik zestig uur werken haalde de oudste klinker het verdiende loon
voor je op en de helling baas telde alles na of liet het natellen.

Die zestig uren werken waren voor mij niet voldoende. Ik was nog geen
klinker, maar nageIjongen en kon dus normaal gesproken f 1,25 per week
verdienen in plaats van die viff gulden.Daarom ging ik's avonds laat
blinde gaten in het scheepsvIak openboren. Met de handboor natuurlijk
Dat leverde me een cent per gat op.Een stukje of vier,
avond haalde ik en dat betekende dan nog een kwartje per Van die daalder
die ik nu verdiende, kreeg moeder ruim negentig procent De rest was
zakgeld. 12 1/2 cent. Daarvan trakteerde ik mijn leermeester. Ik kocht
er aan het eind van de week een maatje jenever en een sigaar voor,
besternd voor de man die me leerde klinken, buigen of spanten zetten.
Want het was een grote eer om het vak te mogen leren.

En als het winter was geworden en het werd 's avonds te donker om te
werken, dan kreeg je een hellinglamp die je zelf moest betalen. Een
tuitlamp met petroleum erin. In het voorjaar kon je hem inleveren en als
er niets aan mankeerde kreeg je je lampgeld terug.Pas wanneer je oud
bent besef je hoe sterk je geweest moet zijn ]k kon gewoon niet moe.
Zeven kwartier achtereen heb ik op een ijzeren plaat geslagen van elf,
twaalf streep dik. De juiste ronding moest erin, je zat in de zon orn de
plaat lauw en buigzamer te krijgen. Zeven kwartier achtereen beuken
zonder ophouden, en de drie handlangers van me donderden zowat in mekaar
van ellende, maar we hadden die plaat aangenomen voor zestien gulden.
Toen was ik zeventien jaar. M,n zwager was samen met me naar werf Smit
gegaan, maar na een halfljaar zei hij, ,ik kan niet meer. Je vermoordt
me in 't werk- " Ik was zo iemand, als ik ze niet krom kon slaan, dan
vloekte ik ze krorn.Toen ik veel later persoonlijk de,,Holland' van
Doeksen bij ons op Niestern te water liet, zei Daan Doeksen tegen me, je
hebt hem weer erg mooi en sterk in elkaar geramd, de geest van jou,
Rieks, is vaardig geworden over je mensen op de werf'."



Jan Kruize:

College had twee
vlaggenkapiteins


De in 1883 geboren en enkele jaren geleden op een hoge leeftijd
overleden schoenerkapitein Jan Kruize vertelde in de winter van 1975:

Vader was rond de eeuwwisseling voorzitter van het Zeemanscollege ,de
Groninger Eendracht'. De schippers en hun vrouwen kwamen met glimmende
koppen de zaal in bij cafe Huizinga aan de Grote Markt Het was ten
slotte een hoogtijdagen Een tweetal bestuursleden fungeerde op de dag
van het Eendrachtsfeest als vIaggekapitein. Ik zie de schippers Reint
Slangenburg en Rein Speelman bij alle kapiteinshuizen in de stad voorbij
lopen. Wij er heimelijk achteraan natuurlijk De twee mannen moesten
controleren of ieder lid van ,De Eendracht wel de vIag had uitgestoken.
Wie het had vergeten of orn een of andere reden niet mee wilde doen,
moest een boete betalen en kon zelfs als lid geroyeerd worden. lk kan me
niet herinneren dat iemand ooit vergat te vIaggen. Toch bleef de parade
van de vIaggekapiteins lang traditie.

Het feestprogramma van het Eendracht-gebeuren werd zo rond de
eeuwwisseling nogal eens verzorgd door de befaamde Herman Rinket Tjonge,
dat was toen wat Som-mige leden waren wel wat gewend bij hun bezoeken
aan Tivoli in Kopenhagen, of aan de Reeperbaan in Hamburg. Maar Rinket
wist altijd de zaal tot laaiend enthousiasme te brengen. En in de pauze
hoor ik nog de oudere kapiteins en reders verhalen over storm, averij,
over de merkwaardige kwesties bij het laden in Riga, over de beste
houtreizen en de reizen in ballast Toen stond het voor mij al als een
paal boven water dat ik zeeman zou worden, liefst kapitein op en eigen
schip. Daarvoor had ik overigens ruime kansen, doordat vader al enkele
eigen schepen had varen. Maar die kansen werden kleiner nadat mijn oom
Lucas van der Land met z,n zoon plus nog een paar mannen op zee
verongelukten. Onze familie heeft vier maanden gewacht op bericht Toen
wisten ze zeker dat ze gebleven waren. Nooit is meer een spaan terug
gevonden van dat schip. M'n moeder, m,n tantes; ze waren er allernaal
faliekant op tegen dat ik op mn dertiende naar zee ging.

Vader stuurde me niettemin naar de zeevaartschool. Hij zag, nu hij aan
de wal zat als bestuurslid van het College en als bevrachter, dat er een
goed bestaan was op te bouwen in de kleine handelsvaart. Hij wist ook
erg goed dat sommigen rijk werden"Jan Kruize, overigens wars van ,sterke
verhalen", had ooit een zeer snelle reis met de ,Prima" gemaakt ,Een
driemastschoener kon soms vliegen. Dat bewijs was me al geleverd op een
reis van Labrador naar Cadiz in het zuiden van Spanje. Het was met de
,Prima", een schoener van vader. Vroeg in de z6mer gingen we met een
paar collega~ s naar New Foundland, om er een lading zout te brengen
voor de kabeljauwvissers daar. We voeren er met een kleine bemanning
naar toe. Zeg maar op de reuk af. De heenreis was niet altijd eenvoudig.
We zaten wel eens een paar dagen mis, maar werkelijke slechte reizen kan
ik me, na een driekwart eeuw, niet meer herinneren. lk was stuurman op
de,,Prima", Geert van der Laan was kapitein. lk weet nog dat we er drie
keer samen met Sebo van Dijk naar toe zeilden. Hij was kapitein op de
,Salina Johanna". Verder zaten er een kapitein De Wit in de ploeg met de
schoener,,Aqua van rederij Onnes. Roelof Mulder voer ook mee met z'n
,Pacific".

In dertien dagen en nachten zijn we later van Indian Tickel (Labrador)
naar de Portugese kust gevaren, met dag in dag uit een harde
west-noordwester achter de broek aan Toen het helernaal donker was,
zaten we al bijna in volle zee. De wind was nog een tikje geruimd We
konden alle zeilen bijzetten met de wind een paar streken achterlijker
dan dwars. Ik kreeg de wacht van 8 tot 2 uur's nachts. De ,,Prima'' had
ik nog nooit zo zien lopen.,,Dit is geweldig," zeiden de jongens. lk kon
slechts hopen dat de wind, toen die wat ging krimpen, niet zou
aanwakkeren. De ,Prima" kon echter weer en wind die keer precies aan. lk
schrok me daarom ook bijna dood toen ik 's nachts orn half 2 uit de kooi
werd gepord door een harde klap. ,We zitten verdomme in het ijs,
stuurrnan zegt Van der Laan. We hadden een schamper van een klein brokje
ijs gehad. Met wat minder geluk waren we lek geworden.Even verderop
bleken brokken ijs te drijven van zeven meter dikte. We minderden zeil
en probeerden uit het ijs te raken. Toen we ons veilig voelden, zetten
we alles weer bij en de ,Prima' kreeg weer gang"

*Jolly Sailor*

19/11/2004
00:59:02** * Oude kapiteins op de praatstoel*
Bovengenoemd beknopte verhalen komen uit onderstaande boek die is aan te
bevelen en is nog steeds te koop en niet echt duur.


Schippers van de zee Euro 13,50

Auteur: Hylke Speerstra
De laatste kustvaarders onder zeil voeren over Wad naar Sont, Belten en
Oostzee maar ook over de Noordzee , Middellandse Zee en zelfs de
Atlantische Oceaan met tjalken en schoeners.
Uitg. Boer Maritiem, 3de dr. veel foto's.175 pag.
Mooi exemplaar met omslag.



*

** *
*Antwoord op het bericht:*
Naam :
Je e-mailadres:
Verwittig mij van antwoord op mijn bericht: Ja  Neen
Onderwerp:
Bericht:

*
*
*IEZIE.BE Gratis Messageboardservice <http://www.iezie.be>*
*

*


Built by Text2Html