Naam Bericht
Jack Minneboo

09/3/2004
19:32:28  Hier een beginnetje van mijn memoires  
Hoofdstuk 1 De Orinoco

Tja, daar ga je dan, net 18 jaar oud, en dan gelijk al het vliegtuig in om voor minstens een half jaar van huis te gaan. Ik had in mei het staatsexamen in Den Haag met goed gevolg afgelegd, en was nu in het bezit van het Voorlopig Diploma voor Scheepswerktuigkundige.
Ik had een baan gevonden bij ‘s lands grootste sleepvaart en bergingsbedrijf, en was op weg naar m’n eerste schip. De “Orinoco”, op een na het kleinste type dat ze in de vaart hadden.
Zij lag in Karachi, Pakistan. Dus dat werd vliegen, via Londen, Frankfurt, Damascus, en Dharan.
Het begon al met een vertraging op Heatrow van drie uur, alles bij elkaar werd het een lange vlucht, met de nodige ongemakken
Maar dat deerde me niks, het was het begin van het avontuur voor mij!
In Frankfurt moesten we blijven zitten, maar in Damascus mochten we een luchtje gaan scheppen. Dus wij het vliegtuig uit, maar dat was warm daar! En alles was dicht!
We kwamen Zaterdag morgen om zeven uur lokale tijd in Karachi aan en we konden gelijk door naar het Hotel.
The Beach Luxury Hotel. Nou echt Luxury was slechts met heel veel verbeelding te vinden, kale vloer, kapotte airconditioning, kakkerlakken, en Gekko’s aan de muren.
De dag erna gingen we naar boord, en na de nodige zaken overgenomen te hebben, en de afgeloste ploeg uitgezwaaid te hebben, kon ik op verkenning in de “vetput”.
Twee Smit-M.A.N. hoofdmotoren, en twee Deutz hulpmotoren, en nog een klein Deutzje als havenmotor.
Alles was nog handbediend, geen thermostaten op koelwater of smeerolie, en ook de bediening van de hoofdmotoren werd nog met de hand gedaan, op orders van de brug met de Telegraaf.
De bemanning bestond uit, Kapitein Piet Tange, 1e Stuurman Koos van der Pijl, 2estuurman Willem Picard, LL Stuurman Gerrit Meindertsma, Hwtk Jan Stroomberg, 2e WTK Fred Rentes, 3e WTK Rinus Vos, LL WTK Floris van der Plas, de marconist Jan van Someren, Kok Blaas van Belzen, Koksmaat Ed van Noord, Bootsman van der Voet, Olieman Iwan Cacic, twee matrozen, een onder de gage, en natuurlijk Frits onze Dekjongen.
We gingen opzij van de tanker die we moesten verslepen naar Singapore, om sleepklaar te maken en te ballasten.
Het sleepklaar maken bestond uit het aanbrengen van noodverlichting, reserve sleepgerei, de schroef borgen, dat deze niet kon gaan draaien, en het borgen van het roer.
Ook namen we wat bier over van de tanker, omdat onze voorraad achter slot en grendel zat, en we ’s avonds toch wel wat lustten.
Tijdens het sleepklaar maken begon de Boots zich vreemd te gedragen, en dat werd steeds erger. Op het eind van de tweede dag moest hij van boord gehaald worden door de dokter.
Hij was helemaal doorgedraaid, een gevalletje Tropenkolder! Hij sloeg alleen nog wartaal uit, De oudste matroos werd daarom gebombardeerd tot bootsman. We moesten dus met een man minder het zeegat uit.
Tot overmaat van ramp gebeurde tijdens het uitvaren nog een ongeluk aan dek.
De matroos die belast was met het sluiten van de kluisgaten lette even niet op, en werd bij een manoeuvre van het schip door de sleepdraad over de verschansing gedrukt. Groot alarm, gelijk een reddingboei overboord gegooid, en de loodsboot aangeroepen, dat hij naar de drenkeling moest gaan zoeken.
Zelf ook direct begonnen de sloep klaar te maken, maar dat was niet meer nodig, want de loodsboot had hem al snel op gepikt.
Hij was echter zwaar gewond, een gebroken arm en een paar gekneusde ribben
Er werd ter plaatse besloten om ook hem in Karachi achter te laten. Dus met 16 i.p.v. 18 man door naar Singapore.
De reis verliep verder voorspoedig, en we kwamen zonder verdere ongelukken in Singapore aan.
Onderweg, in de straat van Malakka kwamen we ‘s nachts nog een stel vissers tegen, die geen enkele verlichting voerden, en pas op het laatste ogenblik een krant aanstaken, wat nog wel een paar keer voor spannende momenten zorgde. Maar ook dit zorgde niet verder voorproblemen, hoewel de kapitein bang was dat er nog piraten zouden komen om de sleepte beroven.
Na in Singapore de tanker afgegeven te hebben aan een paar haven sleepboten, gingen we zelf op de rede van Singapore ten anker, wachtend op de Douane en de agent.
Al gauw waren we omringd door een zwerm kleine bootjes, de middenstand van Singapore!
Ze kwamen met van alles aan boord, van dameslingerie tot horloges, kookwaar, stereo installaties, noem maar op.
Ook de lichte brigade was vertegenwoordigd, en natuurlijk ontbraken de “melkmeisjes niet. Deze “meisjes”, ze waren inmiddels al dik in de veertig, waren al jaren vaste en gewaardeerde gasten aan boord,
Ze kwamen altijd rond 9 uur aan boord, en vertrokken weer om een uur of vijf, soms bleven ze mee eten.
Zij dankten hun naam eraan daar zij vroeger altijd voor verse melk zorgden aan boord, het geen zij nog steeds deden
Ik heb menig flesje chocolademelk van de dames afgenomen.
Zij waren betrouwbaar als goud, als je wat nodig had, dan had je het maar te vragen, je gaf ze geld mee,en ze kochten het aan de wal voor je. Tegen een kleine vergoeding natuurlijk.
Maar keurig met een bonnetje kwamen de dames het bestelde afrekenen.
Ook deden ze klusjes als het herstellen van de overalls, knopen aan je overhemd zetten, noem maar op! Echt een gouden ploegje.
Anders was het gesteld met de andere ”middenstanders“, Als je daar niet mee oppaste, dan roofden ze je hut leeg, en verkochten de gestolen spullen aan dek terug aan je, zo brutaal als de beul!
Enfin, de agent kwam met de boodschap dat we nog een paar dagen op station zouden blijven liggen, totdat de Zwarte Zee klaar was met haar dokbeurt. En als zij klaar was zouden wij het dok ingaan. Aldus geschiede, vier dagen later hadden we inmiddels al de nodige stores, diesel en smeerolie geladen. Dit werd allemaal met houten scheepjes aangevoerd, behalve de diesel wat in een ouwe roestige tankboot werd aangevoerd.
Na een weekje de stationsdienst waargenomen te hebben, was de Zwarte Zee klaar met haar dokbeurt, en kwamen wij aan de beurt.
We voeren naar Keppel scheepswerf, en werden in het dok droog gezet. Toen werd het schip en vooral de machinekamer overspoeld door de diverse reparatie ploegen.
Dat gaat daar wel even anders dan in Europa, de meeste bouten en moeren, die de monteurs moesten loshalen deden ze met een hamertje.
Ze sloegen ze los door tegen het zeskant aan te slaan, en daar waren ze verdraaid handig in. Het ging niets langzamer dan met een gewone sleutel.
Alleen de koppen en andere onderdelen van de motoren werden met sleutels gedaan.
Toen de demontageploeg klaar was kwam de schoonmaak ploeg. Hier stond ik echt verbaasd te kijken, dit waren allemaal kleine Chinese vrouwtjes, in leeftijd verschillend van misschien 14 tot wel zeventig jaar! Die kropen overal in, en door, en over, ze zagen er binnen de kortste keren uit als negerinnen! Maar waar ze geweest waren, glom het als een spiegel!

Wij liepen allemaal dagdienst, zodat we ‘s avonds de tijd hadden om te gaan stappen.
Onze Olieman Iwan had zich min of meer opgeworpen als mijn Zeevader, en nam mij mee op sleeptouw, de meest gore gribus in! Af en toe zweette ik peentjes, maar dan bleek altijd weer dat Iwan alle belangrijke mensen kende.
Zo nam hij me mee naar Boogiestreet, waar de nering van de restauranthouders op straat verhandeld werd.
Het was min of meer overdekt, om de ergste moesson regens van de tafels te houden, en midden in de straat stonden schragentafels, waar je gewoon aan ging zitten
Dan kon je bij verschillende restauranthouders je eten bestellen, de een maakte saté, de ander bami, die weer rijst, en ga zo maar door.
Dat leverde voor die restauranthouders natuurlijk het voordeel op, dat, als er eens iemand ziek werd, nooit meer de leverancier achterhaald kon worden.
En dat ziek worden was niet helemaal denkbeeldig, want hygiëne was een vrij zeldzaam artikel hier, en koeling kenden ze al helemaal niet!
De bediening werd verzorgd door lieftallige jonge ”dames” die hun cliëntèle ook op andere wijze bedienden.
Zo zag je regelmatig een van die ”dames “ onder de tafel verdwijnen, om na een poosje weer te verschijnen, meestal met een papieren zakdoekje hun mond afvegend.
Ik keek Iwan eens vragend aan, en hij nam me mee naar een van die dames en begon een praatje met haar. Even later fluisterde hij dringend, “ Voel maar eens in haar kruis!” Ik keek nog verbaasder, maar hij keek me alleen nog dwingender aan.
Ik twijfelde, zoiets doe je toch niet? Maar hij pakte mijn pols, en bracht die bliksems snel naar haar kruis. Ik kreeg de schrik van mijn leven! Want daar pakte ik hetzelfde vast als bij mezelf, als ik ging pissen! Mijn eerste kennismaking met travestie!
Na het eten gingen we op kroegentocht op Anson road, en ook daar werd Iwan weer ingehaald als een verloren broer.
In de Anson Bar was het niet zo erg druk, en de Band die er speelde wilde eigenlijk net een pauze inlassen. Iwan stapte erop af, en vroeg aan de gitarist of hij een stukje mocht spelen. Dat mocht, en even later zat Iwan er lustig op los te tokkelen. Dit inspireerde de bassist en de drummer die al snel weer achter hun instrument plaats namen, en zo ontstond er een heel leuke jam sessie.
Ook hier werd de bediening verzorgd door aardige dames, die behalve drankjes ook zichzelf aanboden. Mij werd zelfs een gratis nummertje aangeboden, maar daar was ik toch nog wat te kort voor van huis zei ik.
In werkelijkheid scheet ik zeven kleuren stront! Zoveel seksuele vrijheid was ik niet gewend! Hier vandaan gingen we met de riksja naar de Seamans Paradise. Dit ging de heren niet snel genoeg, en de chauffeurs werden naar het stoeltje verwezen, zodat de heren zelf konden fietsen. Dit ontaardde al gauw in een wedstrijd die Iwan glansrijk won.
Eenmaal in de Seamans Paradise, werden we weer als vrienden binnen gehaald, en omspoeld door de lichte brigade.
Hier begint mijn geheugen me in de steek te laten, aangezien we inmiddels een respectabele hoeveelheid bier en andere drankjes genuttigd hadden, welke hun tol gingen eisen.
Ik weet nog dat we op de terugweg bij de poort een saté karretje tegen kwamen die we van zijn hele voorraad verlosten, een kleine honderd stokjes, en dat we die aan boord met een laatste pot bier verorberden.
De volgende dag konden we gelukkig uitslapen, want ik voelde me veeleer verwant aan een dweil, dan aan het menselijk ras!

Na om een uur of twaalf met veel moeite uit de kooi te zijn gekropen, eerst maar eens naar de Salon om er met de andere officieren “Schoot an” te houden, en na een paar biertjes de middagmaaltijd te nuttigen.
‘s Middags over de werf gestruind, en toen kwam ik langs een Russische sleepboot, die ook in dok lag.
Met wat Duits en Engels een praatje gemaakt, en ik werd aan boord uitgenodigd.
Zij waren rijkelijk voorzien van Wodka, dus dat werd gezellig.
Ze hadden een vrouwelijke stuurman en er waren nog een paar vrouwelijke bemanningsleden aan boord.
Dit kwam me zeer vreemd voor, maar later werd me duidelijk dat dit bij de Russen eerder gewoonte dan uitzondering was. De gastvrijheid kende geen grenzen, maar politieke vraagstukken werden angstvallig vermeden.
Later, toen ik enkele van hun bemanningsleden terug vroeg, om bij ons aan boord een potje te drinken, bleek dat een van de aanwezigen een oppas van de Partij was.
Deze zorgde ervoor dat ze netjes “in de pas bleven lopen”.
Ik werd weer bij hen uitgenodigd, om ’s avonds film te komen kijken,hetgeen ik uit beleefdheid ook maar weer accepteerde, want ik verwachtte er niet direct veel van te begrijpen als er alleen Russisch werd gesproken. En dat bleek ook wel.
De film werd vanwege plaatsgebrek op het achterdek vertoond, en was een echte Russische Propaganda film, met veel vlaggen en lachende mensen.
Halverwege de film verontschuldigde ik me met de smoes dat ik er de volgende morgen weer vroeg uit moest, en ging hierna verder over de werf op verkenning.
Een stuk verder lag een (voor die tijd) gigantisch schip in het dok. Het was de Kowloon Bay, een container carrier van de derde generatie.
Ik trok de stoute schoenen aan en liep de gangway op.en ging de eerste de beste deur binnen van de accommodatie. Ik hoorde een stukje verder een televisie spelen en ging er op af.
Daar zaten enige officieren te kijken, en ik liep de salon binnen. Wederom werd ik hartelijk welkom geheten, en ik vroeg of ik de machinekamer mocht bekijken.
Aangezien er hier gewoon wacht doorgelopen werd, was dat geen enkel probleem, en ze belden de derde WTK op in de machinekamer. Die kwam me even later op halen voor een rondleiding. Hij vond het maar wat leuk om een Hollandse collega te ontmoeten en zo zijn wachtje wat te kunnen breken. Hij liet me de hele machinekamer zien, en wat een verschil met het bootje waar ik op zat zeg!
Hij vertelde dat de hele machinekamer computer gestuurd was, en dat, zodra er iets uitviel, of fout ging, er automatisch door de computer actie ondernomen werd.
Alle belangrijke hulpwerktuigen waren in drievoud uitgevoerd, zodat er altijd twee reserve waren. Normaal werd er op zee dan ook geen wacht gelopen ’s nachts, maar “stille wacht”.
Dat hield in, dat zodra er in de machinekamer iets fout ging, er in de hut van de dienstdoende WTK een alarm ging. Dat kon hij daar ook accepteren, en direct op een computerscherm zien wat er loos was, en of de computer de goeie maatregelen had getroffen, of dat hij naar beneden moest om zelf in te grijpen.
Dit was voor mij en ongekende luxe! Wij moesten op zo’n klein bootje altijd met twee man beneden lopen om alles met de hand te regelen, en hadden maar een klein alarm paneeltje, waar alleen de allerbelangrijkste gegevens op doorkwamen.
Ook hier werd het vrij laat, zodat ik de derde machinist na zijn wachtje, hij werd om middernacht afgelost door de vierde machinist, nog gezelschap hield bij een potje bier.
Ik nodigde hem uit om de volgende dag ons “museumstuk”te komen bekijken, wat hij graag accepteerde.
De volgende middag kwam hij net op pikheet langs, en na een korte rondleiding over het hele bootje dronken we nog een biertje.
Hij vertelde dat hij wat graag zou ruilen, omdat het hem veel leuker leek om op zo’n klein ding te varen, en veel meer met de machines bezig te zijn dan hij nu deed.
Hij voelde zich nu veel meer een operator op een chemische fabriek dan een machinist, zelfs van zelf machines repareren kwam niets terecht. Die werden aan het eind van elke reis door een onderhoudsploeg vervangen, of gerepareerd.

Hierna was de dokbeurt alweer zogoed als gedaan, nog wat kleine dingen, en we konden er weer een jaartje tegen.
We gingen terug naar de rede, en ruimden de machinekamer op, waar het een onuitsprekelijke bende was.
Het wachten was op orders van het kantoor, en die kwamen een dag later. Opstomen richting Colombo met de losse boot op economische vaart, dwz een motor halve kracht, om daar op station te gaan.
Dus, ankerop, en op het gemakje weer straat Malakka in, richting Sri Lanka.
Onderweg werd het weer allengs slechter en de marconist vertelde dat de weerberichten een tropische cycloon voorspelden in de Golf van Bengalen.
Dit beloofde niet veel goeds. De ouwe vroeg of we overal alles op zeevastheid wilden controleren, en zonodig extra sjorringen aan te brengen.’s Nachts begon het gedonder.




compass

09/3/2004
21:13:12  Hier een beginnetje van mijn memoires
Zie met spanning uit naar het vervolg Jack

Bert de Boer



Jos Komen

09/3/2004
22:23:13  Hier een beginnetje van mijn memoires


Klasse Jack!
Hoop dat er nog veel memoires volgen.
Ben je soms familie van Boete?
All the best
Jos



Willem Visser

09/3/2004
22:55:07  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack.

Schitterend verhaal, hoop dat er nog vele volgen.

gr Willem


André

09/3/2004
23:34:49  Hier een beginnetje van mijn memoires
Leuk, die Singaporese "dames". :) En een heuse cliffhanger!

Wanneer speelde dit allemaal? (Bij memoires denk ik toch aan een tijdje geleden, maar je hebt het ook over computers, vandaar.)


Jack Minneboo

10/3/2004
00:02:14  Hier een beginnetje van mijn memoires
Dit speelde allemaal in 72, en ja, Boete is mijn vader, ik heb bij elkaar zo'n 22 pagina's vol nu, ben er al weer een tijdjr mee gestopt na afwijzijn hierva door een uitgever, maar als jullie het leuk vinden ga ik er misschien mee door. Die 22 pagina's waren alleen over mijn leerlingen tijd


Joop.O.H.

10/3/2004
00:19:51  Hier een beginnetje van mijn memoires
André,Op de "Spitsbergen",een koel schip,hadden wij een volautomatische koel installatie,ik praat over 1970,en werd aangestuurd door 'n computer maar niet zoals je tegen woordig ziet met een scherm en toetsenbord maar het bedieningspaneel bestond uit div.gekleurde controle lampjes en kon je zien hoeveel kompressoren en cilinders er bij stonden,maar het werkte volledig automatisch en als er geen voldoende vermogen aanwezig was starte er ook automatisch een generator bij of af als er 'n kompressor stopte.en dat allemaal al in 1970! Wij liepen ook allen maar dagwacht en 80%overwerk

Gr.Joop


Aad

10/3/2004
10:13:52  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack ik kan het me levendig voorstellen.Ben zelf ook bij Smit begonnen maar dan in 1955.Toen waren de sleepboten kleiner en nog niet zo goed uitgerust als nu.Mandien met emmers water,waarin warm water uit de kombuis werd gedaan.Kom verder heel bekende dingen tegen.Hoop op vervolg van je belevenissen te lezen.
HG Aad


André

10/3/2004
11:09:13  Hier een beginnetje van mijn memoires
Joop, ik werkte een paar jaar geleden als taxi-chauffeur en toen had ik een Amerikaan in de auto die een van de pioniers was op computergebied. Ze hadden een ding staan dat een hele kamer van 30 vierkante meter in beslag nam. In die tijd waren computers echt alleen voor freaks. Dit was in de jaren zestig. Nu deed hij alleen nog maar advieswerk. Hij had o.m. een flink buitenhuis in Frankrijk dus die computers waren toch een aardig gat in de markt.

Jack, gewoon opschrijven die verhalen. Een uitgever gaat alleen met je in zee als een hele grote oplage verantwoord is. Maar je hoeft toch geen publiek van tienduizenden? Hier op het forum en misschien onder je familie doe je er veel mensen een plezier mee, en het is voor jezelf toch ook leuk?


Jack Minneboo

10/3/2004
14:04:18  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hier dan hoofdstuk 2
Rondzwalken

Net goed en wel Straat Malakka uit, de Golf van Bengalen in, begon de wind aan te wakkeren.
Was het de hele tijd zo windkracht 4 a 5 geweest nu begon de wind aan te wakkeren
Eerst 7 toen later op de avond 8 en 9. Het scheepje ging flink tekeer, met als extra probleem, dat ik samen met de andere Leerling Floris het allervoorste hutje deelde.
Dit was een veredelde kleerkast, met een lengte van 2,5 meter en een breedte aan de achterkant van 2 meter, naar voren smaller toelopend naar net 1,5 meter.
In dat hutje was plaats gevonden voor twee bedden boven elkaar, een tafeltje, een bankje, twee kleerkasten, een stoel en een wastafel.
Je begrijpt, dat het gezamenlijk bivakkeren, geen onverdeeld genoegen was. Maar er was simpelweg geen andere plaats. Dat het hutje zich helemaal voorin bevond gaf als extra complicatie, dat als het scheepje stampte, je er op en neer ging als een gek. Dat zou ik dus met deze eerste storm ook goed merken!
Zolang we nog economische vaart liepen was er nog weinig in de weg, maar als we op een jop zouden moeten stomen, werd dat andere koek!
Het bleef echter rustig en een week later liepen we Colombo binnen. Mijn collega leerling Floris had inmiddels toestemming van de kapitein gehad om te verhuizen naar de hut van de olieman, benedendeks, zodat ik wat meer ruimte had.
Hier was echter direct gebruik van gemaakt door de stuurman die de bovenkooi vol met bier had laten stouwen, omdat ik als extra taak de verzorging van het koelkastje in de officiers salon op mij had gekregen.
In Colombo werden verse stores geladen, en de bunkers geheel gevuld.
Het was in de westerse wereld inmiddels op een olie crisis uitgedraaid, dus was het zaak zoveel mogelijk brandstof aan boord te hebben, voordat er niet meer aan te komen was, niemand wist wat er opdat gebied te gebeuren stond. Dit bleek ook uit de brieven die ik van het thuisfront kreeg, het ging allemaal over de oliecrisis, de autoloze zondag, en ga zomaar door.
In totaal hebben we geloof ik een dag in Colombo gelegen. En aangezien ik in Singapore al voor twee maanden geld had opgenomen, en het er voor de rest van de bemanning al niet veel rooskleuriger voorstond, hebben we ons daar, wat stappen betreft, maar rustig gehouden.
Temeer omdat het daar een wat minder bruisend uitgaansleven is da in Singapore.
Wel kwamen er hier ook handelaren aan boord, en van een van hen, een juwelenhandelaar, heb ik nog een mooie rook topaas gekocht voor een fractie van de prijs die deze in Holland zou kosten, daarmee mijn laatste Singapore dollars opmakend.
Na een dag hadden we ons eerste jop. Een klein kustertje dat aan de grond was gelopen voor de kust bij Bangalore.
.
Toen we er waren, ging de sloep overboord, om met de stuur, de tweede WTK Fred, de LL stuurman, Gerrit ofwel de Ombudsman en ik zei de gek, een inspectie uit te voeren om te zien hoe de vlag ervoor stond. De stuurman, Rooie Koos ofwel JJ Red Arrow zou onderwater gaan kijken hoe hij zat, en later zouden wij eromheen varen en rondom peilen.
Rooie Koos zat al gereed op de railing van de sloep toen we er bij aan kwamen, en sprong vol goeie moed overboord
Binnen enkele seconden kwam hij blauw aangelopen weer boven water, heftig vloekend achter het glas van zijn duikbril. Fred trok hem aan zijn flessen de sloep weer in, en gaf hem eerst een pot bier voor de schrik.
Wat bleek, hij was vergeten zijn luchtfles open te draaien, dus hij stak zachtjes de moord!
Na van de schrik te zijn bekomen, en de flessen open gedraaid te hebben, en natuurlijk zijn biertje leeg gedronken te hebben, werd een nieuwe poging ondernomen.
Ditmaal met meer succes.
Hij zat rondom ”geboeid” dwz dat hij met de hele bodem vast zat. OP een koraalrif, dus dat beloofde niet veel goeds.
Na overleg met het kantoor, werd besloten om hier geen brandstof aan te verspillen.
Temeer omdat hij rondom ruim anderhalve voet, of een halve meter, uit zijn vlot lag.
M.a.w. het zou onbegonnen werk zij om deze boot vlot te trekken.
Er kon niets uitgelost worden, want hij was al leeg Hij had geen ballast in, kortom, een total loss!
We kregen dan ook van het kantoor opdracht om richting de Golf van Oman te dobberen.
Onderweg zouden we stationsboot zijn.
Weer werd het economische vaart wat wij als machinisten helemaal niet erg vonden, want dan bleven de temperaturen in de machinekamer tenminste een beetje dragelijk
Om op de leerling stuurman terug te komen, hij had zijn bijnaam verdiend, omdat hij altijd alles beter wist.
Als hij ergens commentaar op gaf, was dat altijd in een zekere bewoording, flink doorspekt meteen fries accent.
Vaak sloeg het nergens op, maar als dan gevraagd werd, “Of Gerrit alles wist” zei hij steevast “ Bijna Alles”. Vandaar zijn bijnaam de Ombudsman.

Van Muscat hebben we niet veel gezien, alleen een wazige kustlijn aan de einder.
We werden al snel naar een Jop gedirigeerd, maar dat werd niks.
Weer terug naar Muscat, en voor we daar arriveerden, kregen we bericht terug naar Colombo te varen. Weer economisch, dus zat er niet veel haast achter.
Onderweg zouden we de Thames ontmoeten om stores over te nemen.
Koud een dag onderweg, kregen we weer orders: Terug naar Muscat, en wachten op nader orders.
Na drie uur op de rede van Muscat gedreven te hebben kwamen de nieuwe orders, naar Dubai een gekapseisd boorschip ophalen. Over wisselvalligheid gesproken!
Eenmaal in Dubai aangekomen bleek dat er aan dat boorschip ook niks meer te redden viel, deze verdween al gauw naar de kelder, zodat ook dit weer een tevergeefse reis was.
Gelukkig waren we op dagbasis ingehuurd, dus we hadden er nog iets aan overgehouden.
De nieuwe orders van kantoor luiden: terug naar Colombo, onderweg rendez-vous met de Thames, om weer stores over te geven.
De geschiedenis herhaalt zich bij deze maatschappij wel erg snel!

Na Singapore heb ik een punt achter de alcohol gezet, hier had ik mijn rantsoen voor de komende maanden al genuttigd. Ook mijn takenboek, dat ik bij moest houden gedurende mijn stage periode, zou er te veel onder lijden.
Maar wat mij opviel, was dat mijn hutje door de dekjongen niet zo netjes schoon gemaakt werd als dat van de andere officieren.
Ik vroeg dan ook aan Fred , wat heb jij dat ik niet heb?
Het antwoord was simpel, het bleek de “Tiger Beer ring van omkoping “ te zijn.
Derhalve zette ik dus nu iedere keer maar een biertje voor “Flits” neer, en warempel, nu werd ook mijn hutje keurig tot in de puntjes schoon gemaakt!
Flits, de dekjongen die eigenlijk Frits heette, dankte zijn bijnaam aan het nieuwe fototoestel met elektronen flitser, dat hij in Singapore gekocht had.
Hier flitste hij alles mee, dat bewoog. In het begin was je zelfs onder de douche niet veilig voor zijn fotografeer woede!
Hij had een snelle leerperiode doorgemaakt. Kwam hij heel verlegen, bleu, en maagdelijk in Karachi aan boord, in Singapore was hij al snel een van de wildste stappers van de bemanning!
Hij had al voor de eerste drie maanden gage opgenomen, en er alleen het fototoestel voor gekocht, de rest had hij achtergelaten in de kroegen en bordelen van Singapore!
Hij was goed voor minimaal een halve doos bier per dag, en wat hij nog meer bij elkaar kon bietsen. Ja, hij was wat je noemt op korte tijd door de wol geverfd!

Onderweg naar Colombo maakten we onze eerste echte Jop! Een met rijst geladen kuster, die machineschade had.
Dit was vlak voor het rendez-vous met de Thames, en die kuster moest naar Bahrein.
Dus gaven wij de kuster over aan de Thames, die ging toch die kant op, maar wij hadden het Jop gemaakt! We gaven de stores weer over aan de Thames, die we enkele weken eerder van hen hadden overgenomen, en gingen door richting Colombo.
We maakten echter een kleine omweg langs de gestrande kuster die we een paar maanden geleden hadden moeten laten zitten, om te kijken hoe die er bij lag.
Later kregen we te horen dat we (bijna) al onze bunkers aan de Tasman Zee over moesten geven, en met een paar ton reserve door moesten gaan naar Colombo, om daar vol te bunkeren, te storen.
Een paar dagen later kwamen we aan bij de Tasman Zee. Het was prachtig weer, en we konden midden op zee bij elkaar opzij, om de bunkers over te pompen.
Dit nam de nodige uren in beslag, daar we dit met onze trimpomp moesten doen, die niet voor zulke grote hoeveelheden berekend was.
We konden dus een paar uur gezellig met de andere ploeg kletsen.
Hierna konden we op een motor door naar Colombo, waar we twee dagen later aankwamen.
We kregen van de Agent te horen dat we na het bunkeren door moesten naar Bangladesh, om hier de Taklift 1 op te halen, en naar Holland te slepen. Maar daar was nog niet veel haast bij, zodat we het weekend mochten blijven liggen.
We zouden die zondag een excursie naar Kandy maken, inclusief een rit op een olifant.
Later bleek dat bijna niemand van de bemanning hier echt op zat te wachten. Dus werd de excursie afgeblazen.
We zijn die zaterdagmiddag en avond nog wel de wal op geweest, maar wat me al eerder verteld was, dat er weinig te doen was in Colombo, bleek maar al te waar!
Wel was het een mooie stad om doorheen te wandelen, met veel straatnamen en gebouwen die nog naar de tijd van de VOC verwezen. En de bevolking was erg vriendelijk, maar over het algemeen straatarm.

De Taklift 1 was een drijvende Bok, met een hefvermogen van 1000 ton. Die was naar Bangladesh verhuurd om daar de rivier de Ganges, die naar Dhaka leid, te ontdoen van scheepswrakken.
Deze waren daar gezonken door beschietingen gedurende de Burgeroorlog tussen Pakistan en de rebelse provincie Oost Pakistan.
Deze burgeroorlog had geresulteerd in de afscheiding van die provincie, zodat het daarna de autonome republiek Bangladesh werd.
De Taklift had daar ruim een jaar werk aan gehad.

“s Maandags vertrokken we dan richting Dhaka. Maar eenmaal weer in de Golf van Bengalen, werd er weer slecht weer voorspeld.
Een tropische Tyfoon kwam onze kant op. En wel met grote snelheid!
De kapitein gaf opdracht om overal alles te controleren, en zeevast te zetten.Ook moest alles van dek af, want met Tyfoons viel niet te spotten!
De eens zo mooie blauwe lucht betrok al snel en de wind stak op.
We hielden koers naar ruimer water, zolang het nog kon, om de ruimte te hebben als de wind echt toesloeg.
Alles ging prima, we stampten en slingerden behoorlijk, maar het scheepje hield zich prima.
We zaten vol bunkers, en lagen daarom diep in het water wat de stabiliteit ten goede kwam. Tot we een MAYDAY opvingen van een Indisch vrachtschip.
Die dreef met machineschade ergens ten Noorden van ons, en maakte slagzij.
Zodra de marconist met het bericht op de brug kwam, werd onmiddellijk de opgegeven positie in de kaart gezet, en de koers berekent.
Dat werd schuin tegen de wind in, de tweede motor werd bijgezet, en er volle kracht op af!
Er werd radiografisch Lloyd’s Open Form aangeboden, maar ze wilden nog even aanzien hoe het verder liep. Ze moesten het ook nog eerst met de eigenaar overleggen.
Wij stoomden ondertussen toch maar alvast volle kracht die richting op, voor het geval dat.
Een uur of tien later, kregen we het bericht door, dat het voorste luik ingeslagen was, en dat ze veel water maakten, maar dat ze voorlopig nog aan boord bleven.
Weer boden we Lloyd’s aan, en weer weigerden ze, hoewel nu aarzelend.
Het was nog zo’n 6 uur stomen voordat we op de opgegeven positie zouden arriveren, dus gingen we gewoon door.
Twee uur later zonden ze weer een noodbericht uit, nu met de mededeling dat ze ook ruim 2 kwijt waren, en dat de situatie onhoudbaar werd.
Ze maakten zich klaar om het schip te verlaten en in de boten te gaan.
Dit zou een hachelijke onderneming worden wisten we, want de wind was intussen toegenomen tot windkracht 11, en het zou nog erger worden!
Nog geen uur later zonden ze het laatste bericht uit, dat ze het schip verlieten. Dat zou het laatste worden wat er van ze vernomen werd. Het was niet langer een jop, het werd nu een reddings poging.
We bleven gewoon op volle kracht doorvaren, nu in de hoop dat we de bemanning konden redden.
De Reddingoperatie werd gecoördineerd door Radio Colombo, en we hoorden dat er nog 3 andere schepen in de buurt waren die ook aan de zoekactie mee zouden doen.
Ons werd een gedeelte aangewezen om te doorzoeken en ook de andere schepen kregen een gebied aangewezen.
Toen we eenmaal in de aangegeven sector kwamen, gingen we rustiger aan varen om beter te kunnen zoeken, ook werden er extra mensen op de brug geroepen om mee te helpen zoeken. Dit hebben we twee dagen gedaan, we kwamen wel wrakhout tegen, en een ander schip rapporteerde een omgeslagen sloep, maar van overlevenden geen spoor.
Na twee dagen werd de zoekactie gestaakt,en werden we bedankt voor onze moeite.
Nu konden we dus eindelijk richting Bangladesh

Twee dagen later kwamen we daar aan, nog steeds een beetje aangeslagen.
Het gebeurt niet elke dag dat je van zo dicht bij getuige bent van zo’n drama.
Al die mannen, het waren er geloof ik iets van een stuk of twintig, laten ook een gezin achter, en ook al hebben mensen van een andere cultuur vaak een ander denkbeeld, het blijven collega’s.

We moesten een 150 km (100 mijl) de rivier op, niet helemaal tot aan Dhaka.
Maar aangezien de Ganges een open riool is, was dat geen onverdeeld genoegen. Regelmatig kwamen er lijken voorbijdrijven, die half verbrand waren.
Resultaten van ceremoniële begrafenissen, die niet bepaald een vrolijke aanblik vertoonden. De geuren die het water verspreidde waren ook niet bepaald erg fris. En dat zou de komende week nog wel zo blijven.
We kwamen bij de Taklift 1 aan, en gingen erbij opzij. Er was een feestelijke stemming, want we gingen op huis aan!
Het zou nog de nodige voeten in de aarde hebben om uit te klaren, alles bij elkaar zouden we daar een week liggen,maar dat mocht de pret niet drukken!
In die week gingen we regelmatig de wal op, om naar het kamp te gaan waar de jongens van Tak verbleven.
Ze hadden daar enkele barakken uit de grond gestampt, waar ze kantoor hielden, en waar de jongens die geen dienst hadden, sliepen.
Het was namelijk ondoenlijk om aan boord van de Taklift te slapen als die bezig was om wrakstukken te bergen.
Dat ging gepaard met enorme klappen en geschraap langs de scheepswanden.
Meestal werden de wrakken met dynamiet in stukken geblazen, die ze dan later met de immense wrakkengrijper ophaalden, en aan de oever deponeerden.
Aan boord van de Taklift hadden ze ook een aapje, Jimmie geheten, en die mocht daags voor het vertrek nog afscheid gaan nemen van zijn geliefde die in het kamp zat.
Je snapt natuurlijk alwaar dat op uitdraaide. Hij mocht op de schouder van een van de bemanningsleden van de Taklift mee naar het kamp. En daar bleef hij ook keurig zitten, totdat het kamp in zicht kwam.
Toen nam hij een run, en zat in no time bovenop zijn geliefde. Hij bleef daar bij rondhangen, en ze speelden de verdere avond dat het een lieve lust was.
Die avond werden ook de barakken overgegeven aan de plaatselijke bevolking die er een schooltje van zouden gaan maken.
De armoede in Bangladesh was schrijnend. Gedurende de tijd dat we daar lagen hadden we een oud olievat op het achterdek staan, waar de voedselresten in gegooid werden.
Maar al snel bleek,dat de mensen het voedsel eruit haalden. Zodat de kok de voedselresten in schone emmers klaar zette op het achterdek.
De mensen kwamen dan met bootjes langszij, en deden het eten in potjes, pannetjes etc.
Ook de lege bierflesjes gooiden we eerst overboord. Tot we zagen dat kleine kinderen eenvoudigweg door hun vader of moeder in de rivier gegooid werden om deze flesjes op de vissen.
Later bleek,dat ze hier provisorische lampjes van maakten, die ze op de makt weer verkochten, om zo eten te kunnen kopen.
Ook de oude vodden die we in Singapore aan boord gekregen hadden vonden gretig aftrek.
In Singapore werden de vodden namelijk niet in stuken gescheurd zoals bijna overal elders,zodat er veel goeie kleren tussen zaten als T shirts, jasjes,broeken,etc.
Al met al konden ze zowat alles gebruiken, wat wij weggooiden.
Nadat de barakken overgedragen waren aan de burgemeester, dronken we nog een biertje, en gingen weer naar boord.
Hier zou het eigenlijke afscheidsfeest plaats hebben en het feit dat we op huis aan gingen.
Het werd een gezellige avond met het nodige bier. Toen we om een uur of een weer naar ons eigen bootje gingen kreeg ik de schrik van m’n leven. Ik was net uit de accommodatie van de Taklift gestapt, toen er iets in m’n nek sprong, en de peuk uit mijn mond griste.
Het was Jimmy, die ergens tussen de staaldraden had gezeten, en zijn kans waarnam om aan een rokertje te komen, maar intussen zat bij mij het hart in m’n keel!
De volgende dag werd de sleep klaargemaakt. Dat was snel gebeurt, want de bemanning zou erop blijven, en er zaten speciale “Smitbrackets” op het dek, zodat het niet meer dan een uurtje duurde voor we konden vertrekken.
Het grote voordeel van de Taklift was, dat hij zelf kon varen. Hij stuurde dus zelf achter ons aan, zodat we lekker opschoten de rivier af.
‘sAvonds waren we dan ook al op open water, en konden we de sleepdraad uitvieren.
We waren op weg naar huis!
Een klein weekje later deden we Colombo weer aan, ditmaal om de Taklift vol te bunkeren en verse stores aan boord te doen.
De taklift werd voor de haven van Colombo los gegooid, en voer voor ons uit de haven binnen, terwijl wij nog de sleepdraad scheep haalden. Nog nooit zo’n gemakkelijke sleep gehad!
We waren diezelfde avond alweer onderweg naar Durban.

De reis verliep voorspoedig, en twee weken later waren we al in Durban.
Onderweg werd ons gevraagd of we over wilden stappen op de Barentz Zee, en de thuisreis af maken, of dat we nog een maandje in Durban op station wilden liggen met de Orinoco,
Als we met de Barentszee verder gingen, betekende dit dat we wel een maandje langer aan boord zouden zitten. Er werd met algemene stemmen besloten om deze reis af te maken en naar Rotterdam door te gaan. Dan maar wat langer op zee!
Dat zou wel inhouden dat we tegen de zomer thuis zouden komen, dus zoveel te beter!
Een dag later waren we al weer onderweg. Ditmaal op een veel kleiner bootje, met minder vermogen, zodat we er wel iets langer over zouden doen dan we eerst gepland hadden. Maar we begonnen aan de laatste etappe!
We zouden bunkers overnemen uit de Taklift, zodat we nergens meer naar binnen hoefden.
Het was nu hartje zomer op het zuidelijk halfrond, zodat we mooi weer hadden.
We liepen dan ook als een speer! Behalve bij het ronden van de Kaap, toen hadden we stroom tegen. Maar nadat de Taklift haar motoren ook gestart had, en mee ging draaien waren we al gauw uit de tegenstroom, en schoten we weer lekker op.
Na drie weken, ter hoogte van de Evenaar namen we de eerste keer bunkers over, het was prachtig weertje, en we konden langszij de Taklift.
We maakten er een gezellige middag van, met een potje bier, en een praatje, en ‘s avonds vierden we de sleepdraad alweer op lengte.
We konden nu door met de bunkers tot Rotterdam. Bij het passeren van de Evenaar kregen we nog hoog bezoek.
Neptunus kwam kijken of er nog mensen gedoopt moesten worden. Dit bleek het geval, want er waren maar liefst vijf heren die nog niet eerder door zijne majesteit waren begroet.
We hadden er namelijk op de reis van Colombo naar Durban geen tijd voor gehad.
Het werd (gelukkig) geen marteling, en na het drinken van een Zeeborrel, letterlijk,een glas zeewater, konden we ons Doop Certificaat in ontvangst nemen.
Ik zou het leven verder doorgaan als Steurgarnaal!
Ter hoogte van Dakar hoorde ik over mijn cassette recorder, dat de ontvangst van Scheveningen Radio erg goed was. Mijn cassette recorder pikte namelijk feilloos de radio golven op, die de sparks met zijn radio installatie uitzond.
En aangezien ik al een half jaar niet met mij n verloofde had gesproken, besloot ik er maar een paar tientjes tegenaan te gooien, en haar met een telefoontje te verrassen.
Nou verrassen deed ik haar. Nadat de verbinding tot stand gekomen was, en ik haar aan de lijn kreeg, viel er vanaf de walkant een diepe stilte! Ze kon letterlijk van schrik geen woord uitbrengen, de arme meid. Ik liet na een paar minuten de verbinding maar verbreken, en hoorde aan de andere kant van de lijn nog net een paar snikken.
We hebben hierover later nog vaak gelachen, maar die nacht sliep ik niet echt lekker!!
De verdere reis verliep zonder noemenswaardige incidenten, en bij de Golf van Biscaye begon de “kanaalkoorts” de kop op te steken.
Iedereen begon zijn hutje aan kant te doen, en kleren te wassen. Mijn eerste reis was bijna ten einde. Eenmaal op de waterweg maakten we de Taklift los, en zij voer op eigen kracht verder naar de Boompjes.We waren nog even langszij gegaan om alle reservematerialen over te nemen, en hadden deze opgeborgen in het bergingsruim.
Zelf voeren we naar de Thomson pier, waar de familieleden al stonden te wachten.
Ook de mensen van het kantoor, voor de afrekening, de waterschout, om ons af te monsteren en de Douane om in te klaren stonden al klaar.
We hadden in een goed uurtje alles afgehandeld, en waren klaar om naar huis te gaan.
Mijn vader en moeder en Marian mijn verloofde stonden mij op te wachten. Zij herkenden mij eerst niet, want in de zeven maanden dat ik weg geweest was, was mijn haar tot op mijn schouders gegroeid, terwijl ik redelijk kort haar had toen ik vertrok.
Maar het was een heerlijk weerzien.
Dit was met ruim zeven maanden de langste reis die ik ooit zou maken, en dat was maar goed ook, want op het laatst kreeg ik toch wel een beetje heimwee. Maar het was ook een reis geweest vol avontuur, en spanning! En daar was het mij toch in eerste instantie om te doen geweest!
In het erop volgende verlof hebben Marian en ik een hele fijne tijd gehad. Ik heb in een paar weken tijd mijn rijbewijs gehaald, en kocht een klein autootje, een mini’tje, waar we veel plezier aan beleefden. Tot na drie maande er weer een telegram werd bezorgd, de volgende reis kondigde zich aan.



Willem Visser

10/3/2004
14:41:42  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack.

Ik heb al de titel "Willem met de blauwe tikvingers". Mij benieuwen hoe ze jou straks gaan noemen. Wederom een pracht verhaal.

Gr Willem


André

10/3/2004
15:38:12  Hier een beginnetje van mijn memoires
Eerst een Singeporees hoertje met ballen en dan een verloofde die van schrik geen woord uit kan brengen. Dat zijn de betere herinneringen!


Jack Minneboo

11/3/2004
17:20:40  Hier een beginnetje van mijn memoires
hier hoodstuk 3
De Smit Salvor


Deze keer ging de reis naar Kingston, Jamaica.
Daar lag de Smit Salvor op Station.
Op deze sleper had ik het begin van mijn stage doorlopen, zij lag toen in Maassluis te verbouwen. Het was de voormalige Clyde, en zij had een heleboel nieuwe dingen aan boord gekregen, zoals een hydraulische kraan, een wisselstroom generator set aan dek, en ga zo maar door.
Het was een gespecialiseerd bergingsvaartuig geworden. Maar de machinekamer was grotendeels hetzelfde gebleven.
En ook de accommodatie had hoegenaamd geen veranderingen ondergaan. We vlogen via Londen, en dan direct naar Kingston.
De sleepboot lag niet in Kingston zelf, maar aan de overkant van de baai ten anker voor Port Royal, een vroeger piratennest, hoe toepasselijk!
We lagen ongeveer honderd meter uit de kust bij een hotel, waar we met het bootje naartoe voeren als we gingen stappen.
Dan gingen we eerst een pintje drinken bij het zwembad van het hotel, waar we dan met kleren en al indoken, zodat we de rest van de avond nat waren, en zodoende minder last van de warmte hadden.
Een paar voorvallen in Port Royal wil ik hier nog melding van maken.
Zo zaten we weer eens als gewoonlijk aan de bar bij het hotel, toen er een vrouw aan kwam lopen, die duidelijk al te lang in de tropen was geweest.
Ze had en tanig gezicht, en dat maakte er haar niet mooier op. De bootsman maakte er een opmerking over in de trant van “die zou ook wel een facelift kunnen gebruiken”maar kreeg tot onze verbazing in onvervalst Amsterdams lik op stuk, “ Hebbie welles naar je eige gekeke?”
Hij werd (zomogelijk) nog roder dan hij al was, en stamelde een verontschuldiging.
De vrouw kwam bij ons zitten, en vertelde dat ze met haar man op een ongeorganiseerde wereldreis was.
We raakten aan de praat, en een tijdje later kwam haar man erbij. We zijn met z’n allen het dorp ingegaan, en hebben er een gezellige avond van gemaakt tot in de kleine uurtjes.
Ze zijn de zaterdag erop ook nog aan boord geweest voor een gezellige Barbecue, waar ze heel gezellig verhaalden over hun reizen.

Een ander voorval betrof weer de bootsman. Ook hier begon het aan de bar van het hotel, en ook hier betrof het ( hoe kan het anders) een vrouw.
Ditmaal was het een uit de kluiten gewassen zwarte vrouw uit New York.
Zij bleek onweerstaanbaar aangetrokken te worden door de rode “tonsuur” van de bootsman die hier echter in het geheel niet van gecharmeerd was!
Hij had haar al een paar keer afgewimpeld, en we gingen maar naar het dorp om er vanaf te zijn.
Zij liet zich echter net snel ontmoedigen, en kwam ons achterna. Eenmaal in het dorp gingen we een paar barretjes af, waar we wat dronken, alvorens naar onze stamkroeg te gaan, waar de bootsman zijn scharreltje werkte.
Al die tijd werden we achtervolgd door “het zwarte spook”, en ook in onze stamkroeg viel ze ons weer lastig.
De bootsman schoot uit zijn slof, en gaf haar op niet mis te verstane wijze te kennen niet van haar avances gediend te zijn. Je kunt wel zeggen dat hij onbeschoft tegen haar was!
Maar zij was dan ook erg lastig, en vroeg erom. Zij was echter danig in haar wiek geschoten, en riep keihard door de kroeg ” You hate Black people!”
Aangezien de kroeg behoorlijk vol zat, en wij de enige blanken waren, werd het plotseling doodstil. Een paar honderd ogen keken onze kant op. Ik moest eens slikken, hoe ging dit aflopen?
Nou bleek tot overmaat van ramp dat er ook nog enige tientallen gasten uit Kingston in de kroeg zaten. Die waren niet erg geliefd in Port Royal, en waren duidelijk uit op een nummertje kroeg verbouwen.
Zij stonden als eerste op en kwamen onze kant uit. Het zweet brak ons uit!
Maar voordat zij bij ons konden komen, stond ook de rest van de klandizie op, en draaide zich naar onze belagers toe, een schild voor ons vormend.
De vriendin van de bootsman haastte zich naar ons toe, en trok ons achter de bar, waar we moesten bukken.
Enkele ogenblikken later brak de vechtpartij los, stoelen, tafels, barkrukken,flessen, etc vlogen in het rond, maar wij zaten veilig!
Het duurde niet lang of de politie arriveerde, die de gemoederen suste met enige pistoolschoten in de lucht.
De bezoekers uit Kingston, en onze Amerikaanse “vriendin” werden gearresteerd, en konden de rest van de nacht in het politiebureau doorbrengen.
Wij kwamen weer vanachter de bar, en hielpen de rommel op ruimen, waarna we met de “locals” er nog een gezellige avond van maakten.

Het werk aan boord ging allemaal op het gemakje, in de machinekamer werd er wat gesopt, en geschilderd, de tweede machinist inventariseerde de reservedelen, en ik ging verder met mijn takenboek.
Dat takenboek is de plaag van elke leerling, hij moet allerlei opdrachten uitvoeren die betrekking hebben op het reilen en zeilen in de machinekamer.
Zo moet hij alle leidingschema’s nalopen en in kaart brengen. Ook moet hij allerlei werkzaamheden verrichten en hiervan een verslag maken. Sommige van die taken zijn leuk om te doen, andere zijn echte rotwerkjes.
Zo moest ik het hele lensschema na gaan lopen en zelf hiervan een schema tekenen.
Hiertoe werd er van mij verwacht dat ik in ouwe plunje de “bilge” in ging, en zo alle leidingen volgde, tot ik precies wist waar ze liepen en waar ze heen gingen.
Je snapt dat ik na dit werkje eruitzag als neger, helemaal onder de olie en smeer.
Ook had ik diverse gereedschappen “gered”, maar die waren grotendeels vergaan, opgelost in het agressieve water in de bilge.
Na dit karweitje was het noodzakelijk dat ik grondig gereinigd werd. Dit klusje werd op het achterdek uitgevoerd. Een grote pot “Swarfega” en een borstel waren de hoofdingrediënten.
Mijn haar, gezicht, armen en benen werden grondig ingesmeerd en geschobd, zodat ik dagen later nog op diverse plaatsen rood zag, maar de zwartigheid was weg!
Na een paar dagen op station gelegen te hebben gingen we ankerop en richting Curaçao.
Hier zou de Chef technische dienst aan boord komen, om te bezien wat er bij de volgende dokbeurt gedaan moest worden.
’s Zondags kwamen we in Willemstad aan, en de dag erop weer weg, stomen op een job!
Een schip van 8000 ton aan de grond gelopen op een rivier aan de noordkust in Zuid Amerika.
Deze was snel vlot getrokken, en dezelfde dag liep er een paar mijl verder een ander schip aan de grond.
Dat ging lekker! Maar toen we bij de opgegeven positie aankwamen bleek de vogel gevlogen! Zeker op eigen kracht los gekomen!
Dus maar weer terug naar Willemstad. Koud in Willemstad aangekomen, viel alweer het volgende job!
Dit keer had een cruiseschip van de Cunard Line machineschade in haar programma opgenomen. Toen we vlakbij de Cruiser waren werden we weeral afbesteld, helaas.
Maar niet getreurd! De sparks had er alweer twee uit zijn toverkastje getoverd!
Eentje bij Aruba, lekker dichtbij, dus wij eropaf. Ook deze werd weer niks, dus dan maar die andere! Die lag in de Orinoco delta, bij Boca Grande. Eerst naar Trinidad om een bakje op te pikken en dan door naar de Boca Grande.
Nadat we daar ten anker waren gegaan, konden we het “zware bergingsmateriaal” tevoorschijn halen. Een tros van 10 duim, een paar blokken hiervoor, een stel lange staaldraden, en een anker van een ton of anderhalf.
Zo konden we een extra trekkracht ontwikkelen om het schip los te trekken.
De dag erop dat hele spul opgetuigd, wat een bereklus was, waarna we wachtten op de andere ochtend en hoog water om te gaan trekken.
Aangezien het schip in vrij zachte modder vastzat, was het waarschijnlijk dat ze er wel af zou komen. Maar dat ze ruim een meter uit haar vlot zat baarde de kapitein zorgen.
De volgende dag tegen de middag, een uur voor hoog water werden de kabels strak gezet, en begonnen we te “tornen”.
De eerste drie kwartier was er geen verandering te zien,maar toen meldde de bootsman die op het gestrande schip zat, dat hij eindelijk beweging in zijn tros kreeg. En ja hoor even later begon ze naar ons toe te draaien.
Het was toen zaak om snel de sleepboot naar de andere kant te brengen. Dit om te voorkomen dat ze te veel snelheid zou krijgen en aan de andere kant van het vaarwater weer omhoog zou schieten.
De motoren werden geminderd, en de sleepdraad opgekort, en we lieten de sleepboot overvallen naar de andere boeg van het schip.
Een kwartiertje later konden we ten anker gaan, om het bergingsanker op te halen, maar dat liet zich niet vinden!
Het was waarschijnlijk te ver de modder ingetrokken, en aangezien we bij het vlottrekken deze verbinding moesten laten schieten, was het niet meer mogelijk het spul terug te vinden. Wij vonden dat niet erg, want we konden ons het levendig voorstellen hoe dat eruit moest zien, onder de modder en andere troep!
En de maatschappij kon dit gewoon claimen bij de verzekering van het jop, zodat die er ook beter van werd!
We moesten nog een keertje de rivier op om bij de autoriteiten de nodige papieren in orde te maken.
Toen we op de Orinoco rivier, midden in de Jungle ten anker waren gegaan, werden we “geënterd” door lokale indianen, in onvervalste uitgeholde boomstammen!
Die kwamen proberen handel te drijven met fruit, en lokale kunst, en wat dies meer zij.
Zij wilden daarvoor in ruil westerse kledingstukken hebben, en die hadden we genoeg tussen de vodden zitten.
Dus er kon gehandeld worden! De volgende ochtend gingen we ankerop, en voeren de rivier weer af.
Onze klant had inmiddels zijn stuurmachine alweer gerepareerd, die de oorzaak van de stranding was, en had haar reis voortgezet.
Wij gingen weer terug naar Curaçao. Onderweg kwamen we weer een jop tegen, dit keer een fruitjagertje met machineschade!
Het was prachtig weer, en het vastmaken was een klusje van niks. We werden verzocht haar naar Jacksonville, te verslepen, omdat daar haar lading naartoe moest, en de bananen niet zo lang konden wachten. Dus in plaats van Willemstad werd het Jacksonville!
De eerste keer naar de Verenigde Staten! Jacksonville is een grote havenstad in Florida, en de staat deed zijn bijnaam eer aan. The Sunshine State. Prachtig weer, heerlijke temperatuur, en een lekker windje.
Het was op zaterdag dat we er aankwamen, dus toen het sleepgerei terug aan boordwas, waren we vrij.
Ik ging op mijn eentje de wal op, maar had geen idee hoe groot het haventerrein was!
Na een half uurtje lopen kwam ik aan een boot die auto’s aan het lossen was, en kreeg een lift van een van de dokwerkers naar de poort.
Dat was toch nog gauw zo’n anderhalve kilometer! Ik besloot om op de gastvrijheid van de Amerikanen te vertrouwen, en de stad in te liften.
Dat ging prima, na vijf minuten was ik onderweg. Niet naar de stad maar naar het strand, leek me ook wel aardig.
Daar bleef ik tot de zon onder ging, een uur of halfzeven, ondertussen met allerlei jonge gasten pratend.
Al gauw kreeg ik een lift aangeboden de stad in, van een jong stelletje. Zij brachten me naar een van de vele uitgaanscentra, waar het inmiddels al druk begon te worden.
Ik had jammer genoeg (of misschien wel gelukkig) geen identiteitsbewijs bij me dus kon ik geen bar binnen. Maar op straat was het ook een drukte van belang, en het was erg makkelijk om contact te maken.
Al gauw zat ik daar gezellig te kletsen op de stoep, en ze waren niet te beroerd om voor mij af en toe een pilsje mee te nemen. Dus dorst had ik niet. Tegen een uur of een vond ik het tijd worden om naar boord te gaan.
Ik had echter geen idee hoe ik daar moest komen!
Een eindje verderop zag ik een politieauto en een paar agenten, ik eropaf en vragen hoe ik naar de havens moest.
Na wat heen en weer gepraat boden ze me aan om me maar te brengen. Ze vonden het machtig interessant dat ik op een Hollandse sleepboot werkte, en nog wel in de berging!
Ze vroegen honderd uit, en ik bood ze aan om ze de boot te laten zien, waar ze graag op in gingen.
Ze meldden aan het bureau dat ze wat moesten controleren, en zodoende hoefde ik ook niet meer dat hele eind te lopen van de hoofdpoort naar het schip.
Na een korte rondleiding en een cola bedankten we elkaar, en gingen zij terug aan het werk, en ik mijn mandje in.
Het was alles bij elkaar een heel leuke avond, en wie kon zeggen dat hij door de politie aan boord gebracht was, zonder dat het hem geld voor een boete gekost had?
De dag erop gingen we dan eindelijk op weg naar Willemstad om te gaan dokken.
Dit keer kwam er niks meer tussen, zodat we een paar dagen later eindelijk het dok ingingen.
Na een knip en scheer beurt, en de nodige reparaties die een weekje in beslag namen, ging het dok weer naar beneden, en waren we weer stationsboot.
In die tijd kon ik het eiland verkennen. Dat was zeer de moeite waard, heel gezellige kroegjes, en natuurlijk veel winkeltjes en het strand.
De dokking verliep voorspoedig, en al snel waren we weer onderweg naar Jamaica.
Koud waren we hiernaar onderweg, of er rolde een telex binnen dat we door moesten naar het Panama kanaal. Verdere orders zouden volgen.
We hadden al gehoord dat er een mammoettanker ergens bij Kaap Hoorn aan de grond was gelopen, en er werd druk gespeculeerd.
Toen we bij het Panama kanaal aankwamen kregen we de orders “Doorvaren naar Valparaiso, en daar Loods aan boord nemen voor Straat Maghellaan. Dus toch!!
Het Panama kanaal was een onvergetelijke ervaring, we gingen er ’s avonds in, en het grootste deel was verlicht.
Er kwam die nacht niet veel van slapen! De sluizen met hun treintjes, de verlichtte oevers, de nauwe doorgangen, de meren, alles even mooi.
De andere middag waren we in Balboa, en hier werden bunkers ingenomen.
Toen kon de reis naar het diepe zuiden beginnen.



Jos Komen

11/3/2004
17:34:29  Hier een beginnetje van mijn memoires

Jack,
Ik heb weer zitten genieten van je verhaal.
Zal het in het weekend ook op scheepspraat zetten met foto's erbij, dit voor de bezoekers die nooit op het forum komen.
All the best
Jos



Leo Starrenburg

11/3/2004
18:16:30  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack,

je hebt een goeie hand van schrijven, het leest heel makkelijk weg.
Ik loop tegen de vijftig, mag helemaal niet klagen want ik ben gelukkig getrouwd en heb twee gezond eigenwijze dochters, eigen huisje en een goeie baan.
Maar toch maken jouw verhalen mij best jaloers: dat ik zoiets nou zelf niet heb meegemaakt toen het nog kon.
Dat het niet allemaal even leuk was snap ik ook wel, wellicht heb je het daar in de toekomst wel een keer over.

m vr groet, Leo.


henk

11/3/2004
20:42:11  Hier een beginnetje van mijn memoires
beste jack

leest niet alleen lekker weg, ik vind het van grote klasse, kan me niet voorstellen, dat dit niet uitgegeven kan worden.

wacht met smart op het volgende verhaal

chapeau

henk


Jos Komen

11/3/2004
22:20:57  Hier een beginnetje van mijn memoires



Jack, is dit ook uit jouw periode?





http://home.quicknet.nl/qn/prive/pg.koppers/smit.htm




Jos Komen

11/3/2004
22:50:17  Hier een beginnetje van mijn memoires


Nog meer over de Clyde


http://members.rott.chello.nl/rverburg/pagina_clyde.html



Jack Minneboo

11/3/2004
23:43:41  Hier een beginnetje van mijn memoires
DE clyde was eigenlijk m'n eerste bootje.
Toen ik aangenomen werd, was er niet direkt een schip beschikbaar, maar de Clyde lag in Maassluis te "renoveren".
We werden in een kosthuis gegooid,samen met nog een leerling, ben effe z'n naam kwijt, Rinus nogwat,en we hebben daar een week of wat in de kost gelegen. Rinus kreeg verkering met de dochter des huizes, en is daar ook later mee getrouwd.
Na de renovatie werd de Clyde herdoopt tot Smit Salvor, de eerste boot met als eerste naam Smit.
Maar gezien we er geen meter mee gevaren hebben, beschouwde ik dit niet als m'n eerste reis.

Groetjes Jack.
Morgenavond het vervolg, ik wil jullie niet övervoeren.




Jack Minneboo

12/3/2004
19:01:36  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 4
De Berging van de Metula

De rede van Valparaiso, hoge bergen op de achtergrond, en een aangename temperatuur.
Er kwam een bootje aan met de nodige proviand, en onze loods voor de Straat.
Ook kwamen er warme kleren mee, daar de meesten van ons alleen gerekend hadden op tropische weersomstandigheden, en bij de Kaap momenteel Koning Winter heeste.
Eenmaal alles aan boord ging de reis verder.
Een goeie week later gingen we de Noordelijke ingang van de straat binnen, zeer imposant, zo tussen de bergen.
De hele week was de temperatuur dagelijks merkbaar gedaald, en nu was het al ronduit koud!
Op de omringende bergen lag sneeuw, en nadat we een dag tussen de bergen hadden gevaren, wat erg rustig was, geen deining, werden we opgeschrikt door een daverende knal!
We waren op een groot stuk ijs gevaren! Een schots ter grootte van een flinke sloep dreef m'n patrijspoort voorbij, dit was een stuk van een nabijgelegen gletscher.
Nader inspectie leerde dat de Salvor er geen fatale schade door had opgelopen, en de reis werd voortgezet.
Enkele dagen later kwamen we aan in Punta Arenas.
Dit is de meest zuidelijke stad van de wereld. Een paar duizend inwoners, en een lange lospier.
Hier legden we aan, en namen water, brandstof en proviand aan boord voor de Zwarte Zee, die al bij het Job de “Metula” was.
Eenmaal alles aan boord zetten we de reis voort naar de Zwarte en de Metula.Een dag later waren we er eindelijk.

Het Job:
De Metula was een mammoettanker van de Shell, die onderweg was van de Perzische Golf naar de westkust van de States.
De reis van deze tanker had al de nodige vertraging opgelopen, en ze had orders gekregen van de maatschappij om niet OM de Kaap te varen, maar de aanmerkelijk kortere route door de straat te nemen, ondanks de gevaren die hieraan verbonden waren.
De stromen in de “Narrows” kunnen oplopen tot wel 9 mijl, en een tanker van dat formaat heeft een snelheid door het water nodig van minimaal 7 mijl, dus om een beetje manoeuvreerbaar te blijven was de Metula met 15 a 16 knopen de Narrows doorgedenderd!
Dit resulteerde erin dat zij uit de bocht vloog bij de tweede Narrow, en hier met 15 knopen aan de grond denderde. Het resultaat hiervan was dat bijna heel de bodem er onderuit lag, en de schroef nog maar een rudimentair stompje was.
Ze had al enige duizenden tonnen van haar lading verloren, en die was door heel de straat aan de kust gedreven.
Aan ons de taak, om de Metula leeg te pompen in een andere tanker, haar weer drijvend te maken, en af te voeren naar de sloop.


Bij de Metula aangekomen gingen we opzij bij de Zwarte, en gaven Post, proviand, water en brandstof over.
De Kapiteins, Jaap Slotboom van de Zwarte, en Bolle Piet van de Salvor, en bergingsleider Hans Walenkamp overlegden onder het genot van een borreltje de situatie en maakten een plan de campagne.
Er werden pompen overgezet op de Metula, en ander bergingsmateriaal. Enfin het werd een drukke tijd.
Besloten werd, dat de Zwarte bij de Metula zou blijven, en de Salvor het boodschappenbootje zou worden.
Zodoende kregen we de tijd om het stadje Punta Arenas eens beter te verkennen.
Dit leidde nog tot wat spannende situaties, want in Chili was pas de revolutie geweest, en president Allende afgezet. Dus heerste er nog een avondklok tot 10 uur ’s avonds.
Na die tijd werd je, als je op straat kwam in je nek gegrepen en in de bajes geslingerd!!!!
Om 6 uur ’s morgens mocht je je reis dan weer voortzetten!
Veel gewone kroegen waren er niet, maar wel de nodige bordelen, en het voorgaande resulteerde erin dat we vaak de nacht in het bordeel doorbrachten.
We werden er geziene gasten, mede doordat we met Yankeedollars betaalden!!
Een leuke anekdote wil ik de lezers niet onthouden:
Op zekere avond waren de Koksmaat en de O.G. de wal opgeweest, en waren door de plaatselijke Pisco danig in de lorum.
Zij moesten de volgende morgen weer om 6 uur aan boord zijn om brood te bakken en het ontbijt klaar te maken, maar waren door de lieve meisjes de tijd uit het oog verloren.
Om een uur of halftwaalf gingen zij de deur uit en liepen al gauw in de armen van een patrouille.
Ze werden op “gunpoint” staande gehouden, in rap Spaans aangesproken, en gesommeerd de patrouillewagen in te stappen.
De koksmaat was echter zover heen dat hij de ernst van de situatie niet helemaal begreep, en pakte de loop van het machinegeweer vast.
Na een hoop heen en weer gepraat en geschreeuw, werden zij dan toch naar de kazerne afgevoerd, waar iemand zat die een beetje Engels sprak.
Toen het eenmaaal duidelijk werd dat zij hoorden bij de mensen die hen van de Metula af moesten helpen, werden zij als helden behandeld, en kregen een lift naar boord!!
De volgende dag kreeg de kapitein een bezoekje van de bevelhebber van het plaatselijke bataljon, en werd hem verzocht ons ervan te doordringen dat het de volgende keer wel eens slechter af zou kunnen lopen!!

Op een van onze “boodschappenreisjes” kregen we te maken met een zgn. Carterexplosie!
Een van de zuigers van onze hoofdmotor liep vast in zijn cilinder, en maakte dat de motor er abrupt mee stopte. Dit genereerde zoveel energie, dat de oliedampen in het carter van de motor tot ontploffing kwam.
Het toeval wilde, dat de Olieman van de wacht net op dat moment de kleppen aan het smeren was.
Lijkbleek kwam hij van tussen de motoren het trapje afgerend! En direct door naar boven naar dek!! Hij was zeker een half uur niet aanspreekbaar!
We waren op dat moment net onderweg naar de Metula, en we zetten onze reis voort op een motor. We begonnen direct nadat de andere motor afgekoeld was deze te demonteren, en kwamen tot de conclusie dat de zuiger zichzelf had vastgelast, en dus als een geheel met drijfstang en voering gedemonteerd moest worden.
Toen begon het karwei van het losmaken van deze twee, want we hadden de drijfstang nodig, die erin zat.
Dit lukte pas, nadat we de hele voering overlangs hadden doorgeslepen, en zo uiteindelijk het geheel uit elkaar hadden gehaald.
Hierna konden we alles weer in elkaar gaan zetten, en proefdraaien, dit alles met succes.

In de weken na onze aankomst kwamen er per vliegtuig een heleboel andere mensen aan die moesten assisteren bij de berging.
Mensen van Smit-Tak, van een kleine Amerikaanse bergingsmaatschappij, die werkten met zgn.”Flightpumps”.
Heel listige dompelpompen, die verpakt waren in kleine containers, waar een diesel hydroliek aggregaat een pomp en de nodige slangen inzaten. Deze units leverden veel problemen op, gingen vaak stuk, etc. Maar ALS ze werkten, dan gingen ze ook tekeer als beesten, en deden met een pomp meer dan wij met al onze kleine hatzjes samen!
Na een paar weken arriveerde er ook een Japanse zeesleper, de “North Sea”, om ons met het vlottrekken te assisteren.
Wij natuurlijk allemaal bij onze “conculega” op bezoek, om hun schip te “bespioneren”.
Het waren heel goede gastheren, en ze hadden heel veel Sake, de rest laat zich raden!
Het was een splinternieuw schip van zo’n 9000 PK, maar de layout ervan was niet erg logisch. Vooral de werkboot op het achterdek en de grote laadboom in de achtermast deden ons de wenkbrauwen fronsen.
Ook de hoogte van de plafonds en deuren kostte menigeen een duivenei op de kop!
Later bleek dat hun werkboot erg veel goede diensten kon bewijzen, hij was veel sneller en zeewaardiger dan onze eigen werksloepen, het geen zeker in het vaak voorkomend slechte weer een uitkomst bleek.

Na een week of acht bij de Metula naderde de aflosdatum. Iedereen keek uit naar het verlossende telegram!

Toen dit eindelijk kwam, was het met gemengde gevoelens dat ik de inhoud ervan las. Iedereen werd afgelost, behalve ik!!
Als pleister op de wonde promoveerde ik echter van leerling Machinist naar derde Machinist!
Ik had intussen al mijn kamp op de Metula opgeslagen, om hier onze pompjes in de gaten te houden en meer van dat soort zaken.
Maar toen die boodschap kwam heb ik op de Salvor een klein afscheids- / promotiefeestje gegeven.
De ouwe ploeg ging, en de nieuwe arriveerde, en ik verhuisde mijn bullen naar de derde machinisten hut.
Mijn post op de Metula werd overgenomen door de nieuwe leerling, en ik maakte kennis met mijn eerste “ ondergeschikte”, Twiggy, een graatmagere Olieman van een jaar of veertig.
Al snel bleek dat Twiggy alleen in zijn borreltje spoog om te voorkomen dat een ander ervan zou drinken, en ging hij nadat hij op wacht kwam ergens achter een pomp op een warm plekje zijn roes uitslapen!
Dat kwam erop neer, dat ik behalve mijn eigen werk ook het zijne moest doen!
De eerste keer deed ik dit zonder morren, en stuurde ik hem naar bed voor de tweede op wacht kwam, maar liet hem bij de brunch weten dat ik dit niet voor gewoonte ging houden.
Echter toen hij om 12 uur ’s nachts weer als een balletje op wacht kwam, (nadat de hoofdmachinist al naar boven was gegaan) heb ik hem in niet mis te verstane bewoording duidelijk gemaakt, dat de volgende keer hij zich bij de Hoofdmachinist mocht melden.
Ik heb de verdere reis met Twiggy geen problemen meer gehad, hoewel hij in het weekend wel verdacht uit mijn buurt bleef!
Ongeveer twee weken na de ploegwissel was alle olie overgepompt naar de “Bergeland”, een Noorse tanker die was ingehuurd voor de klus, en konden we gaan beginnen met het leegblazen van de tanken.
Hier gebruikten we een compressor voor, die het water door de kapotte bodem terug drukte, door lucht in de aan de bovenkant hermetisch gesloten tanks te persen.
Toen de helft van het water eruit was, werden de slepers vastgemaakt.
De Zwarte Zee en de North sea voor, en de Smit Salvor aan het achterschip.
Dit was om niet voor verrassingen te komen te staan, als het schip plotseling los zou komen.
Na nog een paar dagen pompen en lucht inblazen was het grote moment daar!
Ze kwam los! Gelukkig was het net kenterend tij, zodat we niet al te veel moeite met haar hadden, en konden we haar veilig naar en andere locatie brengen, waar ze ten anker ging, en weer aan de grond werd gezet.
Hier kon de rest van de lading worden overgepompt.
Dit was voor mij ook gelijk het einde van deze berging, want toen ze eenmaal los was, en ten anker lag kon de Salvor vertrekken.
We gingen na bunkeren in Punta Arenas op een motor economische vaart terug naar Curaçao, waar ik werd afgelost en op huis aan kon. Zo had ik deze reis een keurig rondje Zuid Amerika gedaan.



Ivo

12/3/2004
21:59:54  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack,
Ik lees vrijwel nooit een boek, maar als de uitgevers uw boek hadden uitgegeven was ik spontaan begonnen met lezen. Ik hoop dat er nog vele verhalen zullen volgen.
Greetz Ivo


compass

13/3/2004
13:45:39  Hier een beginnetje van mijn memoires
Het smaakt nog steeds naar méér Jack!!

Bert de Boer



Jack Minneboo

13/3/2004
20:35:22  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 6 De Smit Rotterdam

Gezakt!! Op ëën vak! Elecrtro, en toch was dit niet mijn slechtste vak!
Maar ja, niet bij de pakken neerzitten, voorbereiden op het herexamen!
Daar dachten ze op het kantoor dus anders over!
Aanmonsteren op de Smit Rotterdam. De maidentrip bemanning in Dubai aflossen en dan naar Singapore om een rig op te halen voor Salvador de Bahia!
In Singapore geen tijd om de wal op te gaan, helaas, het was bunkeren, vastmaken en wegwezen.
Wel nog wat leuke spulletjes gekocht bij de handelaartjes aan dek, en dus weer eens danig afgezet.
Maar het werd een lange eentonige reis. Er zijn maar een paar dingen voorgevallen, eerst gaven we de sleep over aan de Zwarte Zee ter hoogte van Durban, zodat wij in Durban konden gaan bunkeren, en verstuivers wisselen.
Iedereen de wal op, behalve het “Zwarte Koor” die konden zich uitleven met de Verstuivers.
Om een uur of ëën kwam de bemanning weer aan boord.
Licht tot stevig aangeschoten, en om een uur of 4 waren wij klaar met “verstuivertje wisselen”.
Direct daarna werden de motoren gestart, en voor en achter gemaakt, op naar ons rendez-vous met de Zwarte om het Rig weer van ze over te nemen.
Enige uren later de volgende morgen, werd de Zwarte van haar last verlost, en zetten wij onze tocht voort naar Zuid Amerika.
We waren echter nog maar goed een dag verder, toen Kareltje, de handlanger van mijn wacht bij het soppen van de draagbalken van het dek een staalsplinter in zijn oog kreeg.
Na enige vergeefse pogingen van de Stuur,en later ook de Ouwe, werd besloten om een dokter per heli aan boord te laten komen. En zo geschiedde.
Het volgende uur werd er op het achterdek driftig gewerkt om er de dokter veilig te kunnen neerzetten.
De sleepdraad werd in de zij met kettingen vastgebonden, en nog een paar keer gezekerd, en een goed uurtje later werd de dokter uit de heli neergelaten op het achterdek.
Kareltje, de Ouwe, en de Stuur stonden hem op te wachten, en zodra hij aan boord was hielp hij Kareltje terplekke, op het achterdek!
Binnen 10 minuten zat hij weer in de Heli, en was onderweg terug naar waar hij ook vandaan gekomen was.
De rest was een langdurige trip naar Salvador de Bahia.
Na een goeie maand kwamen we daar op de rede aan. En het was…… CARNAVAL!
Dat was een treffer! Het feest der feesten mee te maken in het zwoele Zuid Amerika! Wat kon je je nog meer wensen? We zagen het al voor ons!
Maar hoe langer we daar op de rede rondjes voeren hoe rustiger de stemming werd.
We begonnen het ergste te vrezen, en jawel hoor, ook nu had het kantoor andere plannen voor ons in gedachten:“Gaande houwen op de rede, tot na de feestdagen.”
Hoe KONDEN ze het bedenken? Na ruim twee en een halve maand op zee, we hadden toch ook rechten?
De Bondsboekjes werden erbij gehaald, de Ouwe onder druk gezet, niets mocht baten.
Het was inmiddels al weekend in Holland dus was er niemand meer te bereiken om andere orders te geven.
Ons bleef niets anders over dan de feestelijkheden op de lokale televisie te volgen, ZONDER geluid!
Enfin de woensdag erop konden we eindelijk naar binnen, en konden de jongens de wal op. Behalve ( je raadt het al) het Zwarte Koor! Die moesten bunkeren, en weer wat onderhoud plegen.
Kareltje had van ons wel toestemming gekregen om te gaan stappen,en die zag zijn kans schoon!
Toen het uur van vertrek naderde, was er van hem nog geen teken van leven te bekennen.
Het vertrekuur kwam, en ging. Na twee uur wachten gaf de Ouwe de Order Voor en Achter! We zouden zonder Kareltje vertrekken!
En zo gingen we onder begeleiding van de loods de rivier af met ëën bemanningslid minder.
Wat schetste echter onze verbazing toen de loodsboot kwam om de loods af te halen, en we Kareltje op de voorplecht hiervan zagen staan?
Het leverde hem ëën week Gagestraf op. Maar dat was niets in vergelijking met de kosten die hij gehad zou hebben als hij zijn vliegreis naar Holland zelf had moeten betalen!
Kareltje had zich (zoals dat hoort) bij een dame van lichte zeden verslapen, maar met de hulp van dezelfde dame toch nog op tijd aan boord, nou ja toch bijna, kunnen vervoegen.

Van Salvador gingen we op weg naar Setubal, een drukke haven net ten Zuiden van Lissabon in Portugal.
Hier lag het voorschip van een grote tanker op ons te wachten, dat naar Gothenburg in Zweden moest, om daar met het achtereind verenigd te worden.
Dit was de eerste keer in een maand of vier, dat ik de gelegenheid kreeg om van boord te gaan.
Ik heb er een middag doelloos door de straten gelopen, want veel was er niet te doen.
Wat postkaarten gekocht en verstuurd, een biertje gedronken op een terrasje, wat gegeten, en van de mooie architectuur genoten, meer was er niet te doen!
Enfin de volgende dag gingen we sleepklaar maken, en hierna konden we vertreken naar Gothenburg.
Het was een lichte sleep, en we konden er lekker mee opschieten binnen een paar dagen waren we op plaats van bestemming, en konden we de sleep aan de werf afleveren.
Inmiddels was er een telex gekomen dat we hierna op moesten stomen naar Rotterdam, voor een garantiedokking, dus konden we aan de thuisreis beginnen.
Anderhalve dag later meerden we aan bij Niehuis – van den Berg, en konden we, nadat we het schip droog hadden gezet, naar huis. Voor mij was het hierna: Terug naar de schoolbanken!



Jack Minneboo

13/3/2004
20:42:53  Hier een beginnetje van mijn memoires
Dat heb je, griep, koorts, en toch het verhaaltje op internet willen zetten hier dan alsnog hoofdstuk 5
Hoofdstuk 5 De Hudson

Na de Kerst en Oud en Nieuw fijn met de familie te hebben doorgebracht, werd het de eerste week van Januari weer tijd om de woelige baren op te zoeken.
Van deze reis weet ik me niet echt veelmeer te herinneren, alleen dat er veel slecht weer was, op de Noordzee in de winter.
We monsterden aan op de Hudson in Rotterdam.
Het zou voor mij een relatief korte reis worden, aangezien ik mijn memoriaaltijd er bijna op had zitten.
Ik zou in April naar school terug gaan voor mijn A-Diploma, en kon in de tussentijd nog net een reisje maken.
De Hudson was het zusje van de Orinoco, mijn eerste schip, dus ik was redelijk bekend met de layout ervan.
Dat maakte het er wel een stuk gemakkelijker op. Op de Noordzee assisteerden we met het aanvoeren en afvoeren van bakken voor Heerema, die op de Noordzee booreilanden opbouwde.
Door het slechte weer kwamen we nogal eens hardhandig in aanraking met deze bakken, zodat de Hudson er nogal geschonden uitzag aan het eind van de rit.
Ook hielpen we nog met de towout van een Jacket vanuit Inverness, hetgeen een spectaculair gezicht was, 60 meter hoog, en breed, en zo.n 95 meter lang!!
Als je dat ziet kantelen, bij de lancering, en je ziet het er dan met een rotgang afschuiven en in het water plonsen, wow! Prachtig!
We deden nog allerlei andere kleine reisjes, en deden hierbij vele havens in Engeland en Noorwegen aan, al met al een leuke reis.

Door deze reis en de voorgaande, en de verantwoordelijkheden als derde machinist (en andere oorzaken van gezelliger aard) was er van het voltooien van mijn Takenboek niet veel terecht gekomen.
Dit moest echter eerst aan de Examencommissie in Den Haag overlegd worden alvorens ik mijn Voorlopig Diploma in ontvangst kon nemen, en zo door kon studeren voor mijn A-Diploma.
Het volgende verlof moest ik dus elke dag naar het kantoor op en neer reizen om dit takenboek af te maken, en zodoende toegelaten te kunnen worden op de Zeevaartschool.
Hier kon ik onder het toeziend oog van onze Hoofd mentor Dhr Biesheuvel het boek eindelijk afmaken.
Ik ben toen in mei naar de zeevaartschool gegaan, en in Juli zat ik al weer op de Elbe. Vakantiewerk!!
Om niet teveel van mijn kostbare studietijd verloren te laten gaan, was ik genoodzaakt om in de schoolvakantie even “bij te werken”
Een heel leuk reisje, ook weer op de Noordzee, nu echter met lekker weer, en de meeste tijd “standby” bij een kraanbak van Heerema.
Een klein voorvalletje was, dat op een gegeven moment in de namiddag we langzaam op een in de buurt ten anker liggende bak afdreven.
De Stuur, Willem Ketting, vroeg op tijd een “klapje achteruit” maar toen ik de kar wilde omkeren, (Direct Omkeerbare Motoren) vertikte ie dat.
Na een paar keer proberen, lukte het nog niet. De telegraaf stond inmiddels al op “Half Achteruit”! Toen deze op “Vol Achteruit ging, heb ik teneinde raad maar de andere motor gestart, en deze met open indicateurkranen een riedel vol achteruit laten geven. Een herrie dat dat gaf! Niet te geloven!
Maar al met al toch een gelukkige afloop! Bij inspectie van de motor bleek dat er een pen in het omkeermechanisme was afgebroken.
Dit betekende voor de Elbe einde oefening, en we konden naar Rotterdam voor reparatie aangezien we hiervoor geen onderdelen voorradig hadden.
Dit was voor mij ook gelijk einde reis, de school was weer begonnen!



jannuh

14/3/2004
06:31:27  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoi Jack, ik neem het even over van Compass...
het smaakt nog steeds naar meer!!

Compliments!
gr., jannuh


W.R.Bouwman

24/3/2004
06:45:40  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack,je was moeders angst en vaders zorg,en ik weet dat om dat ik in die periode bij je vader in mijn verlof op de KG1 voer,tevens hadden we de zelfde kennissen "Richart Hennevanger".
Met veel plezier heb ik bij die ouwe van je gevaren,ik ging dan ook vaak een bakkie doen als we in Colijn waren,dat was in de tijd dat je opa nog leefde,zei waren altijd belangstellend naar het Smit gebeuren,waar ik deel van uit maakte en nog steeds maakt "bijna 38 jaar nu" nog even en dan zit het er op.
Doe Jean Giel de groeten,en tot horen.
Rinus,Hellevoet.


Ton van der Toorn

24/3/2004
10:10:30  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack.ik heb je verhalen gelezen,en jonge ik moet je komplimenter over hoe je het verhaal in mekaar gesteek het,je kunt regtig zien dat het allemaal eerlijke ervaaringe zyn,ik bent zelf by de uitgewers,en ik leest geregeld boeke deze nieuw op de markt komen,je moet toch wel toezien of je in Nederland aan n uitgewer komt,asl je het boek tot zyn finale bringt,je verhaal is boeiend,en als visser of vaarder kan je het niet gou neerliggen,ik hoop van harte dat je nog meer delen schrijft en dit hier publiseer.ik wenz je alle sterke toe.en hoop ik leez weer spoedig van jou.

gr
Ton
Jonathan Ball publishers
johannesburg
zuid Afrika


Jack Minneboo

26/3/2004
16:09:58  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 7 De Pool Zee

Nadat ik vrij snel mijn herexamen had gedaan, waarbij moet worden opgemerkt dat ik hierbij goede hulp had gekregen van mijn oude leraar Electro van de Machinistenschool in Middelburg, Dhr Pieterse, kon ik mijn loopbaan voortzetten.
Ik monsterde aan op de Poolzee, dit werd geen fijne reis.
We werden eerst op de Noordzee te werk gesteld bij diverse kleine projecten, waar we niet veel “mijlen maakten”.
Mijlen, en wel sleepmijlen kregen we uitbetaald volgens een vast stelsel. Er waren A, B, en C mijlen. Ging het snel, dan kregen we A Mijlen, het laagste tarief, maar meestal wel veel hiervan. Was het een zware sleep, zoals met de Smit Rotterdam van Singapore naar Salvador, dan werden dat beter betaalde C mijlen.
Het leverde niet veel op, maar het was het zout in de pap.
Deze reis, die nog wel een leuke klus inhield, maakten we maar bar weinig zeemijlen.
Nu was het ook een stelregel, dat als er minder sleepmijlen gemaakt werden dan “losse mijlen” je de losse mijlen uitbetaald kreeg als A Mijlen. Maar daar werd door het kantoor nauwlettend op toegezien, dat dit net niet gebeurde.
Ze maakten ons gewoon Stationsboot.
Maar laten we bij het begin van de reis beginnen.
Vanuit Rotterdam gingen we de Noordzee op om standby te varen bij een platform, gedurende de opbouw hiervan, we moesten een paar keer assisteren, maar veel was dat niet.
Toen werden we terug geroepen naar Rotterdam, waar we moesten assisteren bij het verslepen van het daar gebouwde grote betonnen boorplatform de Andoc.
Dit was een spectaculair werk. Het uit manoeuvreren uit het bouwdok, dan de Waterweg op en door de diepwater route de west in en later om de noord naar de uiteindelijke locatie. Prachtig weer, en dan een team sleepboten ervoor, dat tot de grootste ter wereld behoorde. Heel indrukwekkend! We zijn er al met al een paar weken mee bezig geweest.
Toen het Andoc een keer op zij plaats stond, werden we bedankt,en kregen we opdracht om naar Rotterdam terug te keren.
Hier namen we bunkers, proviand, en bier in, en zouden daags daarop nar Gibraltar vertrekken.
We konden nog net een dagje naar huis!
De volgende dag vertrokken we, maar toen we bij Hoek van Holland kwamen en de motoren op volle kracht werden gezet, gebeurde er iets vreemds.
Plotseling ging de verstelbare schroef van vol vooruit stand naar vol achteruit!
Grote paniek op de brug, en in de machinekamer! Hier was iets goed fout!
Besloten werd om rechtsomkeert te maken, en eerst maar eens te gaan kijken wat hiervan de oorzaak was.
We lichtten het kantoor in, en we konden terug keren naar de Parkkade.
Hier kwam een monteur aan boord van Van Voorden en deze ontdekte a gauw de oorzaak. Een lekke oliekoeler, waardoor de olie zich met zeewater vermengde, wat weer tot gevolg had dat bepaalde hydraulische stuurklepjes bleven hangen.
De koeler werd vernieuwd, de olie afgetapt en ververst, en als extra voorziening om het laatste restje water uit de olie te halen werd een kleine centrifuge tussen de leiding geplaatst,zodat de olie constant gereinigd werd.
Hiermee was het euvel opgelost, en daar gingen we weer, met een gezapig gangetje naar de rots.
Tegen dat we er waren, werden we gepromoveerd tot stationsboot, en moesten we door naar Alexandrie,
Hier kregen we bunkers, en stoomden we door naar Suez.
Vanuit Suez voeren we de Rode Zee in, en hier kregen we het eerste Jop in de ether.
Een schip met machineschade ergens in de Indische Oceaan. Wij er volle kracht opaf! Eindelijk weer eens wat actie! Het was nog ruim drie dagen stomen, dus we maakten een redelijke kans.
Maar tegen de tijd dat we er aankwamen bleek dat het schip door een ander schip van dezelfde maatschappij op sleeptouw genomen was. Balen!!!
Dan maar weer verder richting Sri-Lanka. Want dat was de bestemming die we eerder opgekregen hadden.
Na een paar weken op rustig tempo die kant te hebben gevaren, kwamen we op de rede van Trincomalee.
Hier moesten we een Jackup Rig, een zelf heffend booreiland ophalen voor de Perzische Golf. Leuk detail was, dat de agent hier aan boord kwam in een uitgeholde boomstam met buitenboordmotor.
De bestuurder hiervan was een erg vriendelijke man, die om T-shirtjes vroeg voor zijn kinderen.
Ik gaf hem er een paar uit de voddenzak, en van mezelf, en de volgende dag kwam hij aan boord met een grote hoeveelheid cadeaus voor mij!
Er waren kokosnoten, mango’s papaja’s en Candy, het lokaal gemaakte snoepgoed verpakt in palmblad. Na een paar dagen konden we sleepklaar maken, en vertrekken.
Het eerste stukje van de reis door ondiep water verliep voorspoedig, maar toen we eenmaal op diep water kwamen, liet het Rig zijn poten zakken voor meer stabiliteit, en liep de snelheid terug naar minder dan 2 knopen.
Hier had niemand op gerekend, en zeker het kantoor net!
We hadden al niet zoveel brandstof meer, maar nu het zo langzaam ging zouden we de PG zeker niet halen!
Besloten werd om de sleep over te geven aan de Smit Rotterdam, die toevallig in de buurt was.
Wij konden met de “losse boot” door richting Suez.
Het was dus maar een korte sleepreis geworden. En hiervoor waren we helemaal naar de Indische Oceaan, en de Golf van Bengalen geweest!
Het “losse boot” werd al weer gauw omgezet naar “Stationsboot”, zodat we niet te veel “mijlen” zouden maken, we zouden toch eens wat overhouden aan de reis!
Bij Suez mochten we weer doorkomen richting Noordzee, zodat we net een rondtripje gemaakt hadden.
We zouden de boot echter niet zelf naar de Noordzee varen, we werden in Gibraltar afgelost.

Al met al hadden we op deze reis bijna geen sleepmijlen gemaakt. Daar had het kantoor wel voor gezorgd. De stemming onder de bemanning was hierdoor ook niet al te best. Het enige leuke puntje van deze reis was het sleepreisje met de Andoc geweest, maar dat had maar even geduurd. We waren dan ook allemaal blij dat we weer op Schiphol stonden en weer naar huis konden.



Rob

26/3/2004
16:36:55  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack, herkenbare verhalen en goed geschreven. Ga door ik kijk er naar uit.
Rob


Willem

26/3/2004
17:05:04  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack.
Ik weet niet zeker of dit de ANDOC is.




Was dit de ANDOC ?

grt. Willem van arendnet


Jos Komen

26/3/2004
17:10:58  Hier een beginnetje van mijn memoires

Geweldig Jack, een rotreis en daar een mooi verhaal over schrijven.
All the best
Jos


willem

26/3/2004
17:12:07  Hier een beginnetje van mijn memoires



Of was deze de ANDOC ?

grt. Willem van arendnet


mink

26/3/2004
18:44:09  Hier een beginnetje van mijn memoires
hallo jack ik heb zitten genieten van jou ervaringen als zeeman en je verhalen doorspekt met
technise detals een genot om te lezen ik kijk uit zoals zo velen op de site naar meer van jou
zeemans leven.h.g.mink.w


Jack Minneboo

26/3/2004
19:33:05  Hier een beginnetje van mijn memoires
Dat waren wel allebei reisjes van Smit, zo te zien aan de bootjes, maar niet de Andoc, Dat was de eenige die (zonder topside) op de Maasvlakte was gebouwd,
Zal nog wel eens kijken in de ouwe schoenendoos of ik er wat van kan vinden, maar nou effe niet, net terug thuis!!


willem

27/3/2004
08:59:02  Hier een beginnetje van mijn memoires



Nog een mooie Wie weet er meer van ??

grt.willem van arendnet


compass

27/3/2004
11:36:08  Hier een beginnetje van mijn memoires
Het was weer smullen Jack! eneh.. als ik lekker eet krijg ik steeds meer trek ...

Bert de Boer



Jack Minneboo

27/3/2004
13:10:45  Hier een beginnetje van mijn memoires
Bedankt allemaal voor de leuke reacties,
Ik heb na het opleggen van mijn pen twee jaar geleden, hem weer uit de motteballen gehaald en ben weer verder gegaan met het graven in de grijze massa onder het grijze haar;-))
Ik heb nog een paar hoofdstukken liggen, maar als die op zij zal het toch wat langzamer gaan.
Het is in ieder geval wel een fantastische stimulans om door te gaan
Gr Jack


Jack Minneboo

28/3/2004
18:07:30  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 8 Weer de Hudson

Een goeie maand later werd ik weer opgeroepen om naar de Hudson te vertrekken.
Dat was voor mij maar een kort tripje, want ze lag in Vlisingen, bij de werf van Heerema aldaar.
We moesten een bak met een module van een booreiland naar een locatie op de Noordzee brengen.
Hierna moesten we naar Edinburg, om een bakje op te halen in het aan de andere kant van de firth gelegen Fife.
Dit was een klein haventje dat die naam eigenlijk niet verdiende, eigenlijk meer een loswal direct aan open water.
We konden er met de boot alleen met hoog water bij komen, en zo de verbinding maken. Maar we konden de bak nog niet meenemen. Dat zou de volgende morgen pas kunnen.
Dus voeren we voorzichtig weer er bij vandaan, ondertussen de sleepdraad uitvierend, tot we zo’n 300 m uit de wal waren, waar we ten anker gingen.
Die nacht begon het te spoken. We werden opgeroepen vanaf de wal, of we de bak van de wal konden trekken.
De Ouwe had hier niet veel zin in, want de sleepdraad lag natuurlijk op de grond.
Als we hierop zouden gaan trekken, was het risico groot dat hij ergens achter zou blijven hangen, en zou breken.
Veel keuze had hij echter niet, en dus werden de motoren opgestart, en begonnen we voorzichtig de draad strak te trekken.
We zagen al gauw, dat deze diverse keren ergens achter bleef hangen, en vreesden het ergste.
Aan de wal hadden ze de meertrossen van de bak al losgegooid,en dus was deze nu geheel aan ons overgelaten.
We gingen er langzaam en voorzichtig aan trekken, en kregen de bak zowaar achter ons!
Een paar uur later nam de wind nog in kracht toe, een dikke 9, misschien wel 10!
Met uitschieters naar 11!
Je voelt het al, de draad was tegen zoveel geweld niet lang bestand. Zeker niet na de mishandeling op de zeebodem!
De bak dreef snel richting kust, en was niet meer te redden. We konden alleen maar toekijken hoe ze op de rotsen sloeg.
Na dit aan kantoor gemeld te hebben, kregen we opdracht om naar Edinburg te stomen, en ter plaatse een onderzoek in te stellen naar de eventuele mogelijkheid van een berging.
Met dat slechte weer konden we niets uitrichten, en zo konden we in Edinburg die avond de wal op.
Ik liep op mijn eentje de stad door, en kwam bij een of ander Opera gebouw.
Op de affiches stond Frank Zappa. Ik dacht dat er de film“200 Motels”gedraaid werd, maar het bleek dat de meester er zelf acte de presence gaf.
Ik kon, Oh wonder, nog een kaartje kopen ook! Dus zat ik even later prinsheerlijk in het Pluche van m’n favoriete muziek te genieten
De volgende dag, zondag, was de wind afgenomen, en gingen we met een paar auto’s op onderzoek uit.
Het bleek dat de bak gestrand was aan de voet van een klif, waar bovenop een Golfterrein lag.
Daar liepen we dus, in onze werkkleding tussen de deftige golfers.
Boven op het klif aangekomen, keken we neer op de bak, en wat we zagen, stemde ons niet vrolijk.
Hij had al behoorlijke schade opgelopen en lag half gezonken. Hier viel niets meer aan te redden.
Het werd nu een geval voor de verzekering, en die lieten door allerlei maatschappijen op de berging inschrijven. Wie dat “gewonnen” heeft is mij niet bekend, wij gingen weer verder naar de volgende klus.
Wij gingen naar Rotterdam om een andere bak op te halen.
Dit werd weer eens iets speciaals. De een of andere gekke Engelsman had in Nederland een complete fabriek gekocht.
Die had hij door Mammoet op een bak laten zetten, en die moesten wij naar Engeland brengen.
Nog nooit zoiets geks gezien! De fabriek was met fundatie en al uitgegraven, je zag de rioleringsbuizen, waterleiding, en wat al niet meer aan alle kanten uitsteken!
Deze bak werd door kleine sleepbootjes van Muller-Dordt aangevlet, en achter ons aan de kade afgemeerd.
Affijn wij maken vast en slepen het gevaarte de waterweg af richting Engeland.Het werd een voorspoedige reis, zonder problemen.

Nadat we deze rare sleep hadden afgeleverd gingen we richting Schotland.
Bij Invergordon werd een Jacket gebouwd dat naar zijn bestemming op de Noordzee gesleept moest worden, en wij hadden de eer daarbij te mogen helpen.
Het was weer zo’n enorm gevaarte, en er waren vier grote zeeslepers voor ingezet, alsook twee kleinere om als stuurboot te fungeren,waar wij er een van waren.
Er moest gewacht worden op een “weather window” een periode van vier dagen voorspelbaar mooi weer, in ander woorden een groot hoge drukgebied, dat behoorlijk stabiel was.
Dit liet enige dagen op zich wachten, en hoewel het mooi weer was, gaven de verzekeringen, op basis van de meteorologen nog niet hun fiat.
Na een goede week werd er dan toch toestemming gegeven om het gevaarte uit zijn bouwdok te trekken, en de reis aan te vangen.
Hard ging het niet, ondanks de vele PK’s die eraan trokken kwamen we niet boven de drie mijl. Maar na anderhalve dag kwamen we dan toch op de plaats van bestemming
Nu moest het Jacket gekanteld worden, en dan rechtstandig afgezonken op zijn van tevoren berekende positie. Dat was een precisie werkje!
Voor dit doel hadden ze op de bodem zgn. transponders geplaatst.
Deze werden gebruikt om de positie van het Jacket nauwkeurig te bepalen, en zo konden ze hem op een paar centimeters nauwkeurig neerzetten.
Na letterlijk een tijdje “heen en weer trekken” besloten de heren ingenieurs dat de locatie was bereikt, en lieten ze hem de laatste paar centimeters naar de bodem zakken. Klus geklaard!
Wij werden vervolgens ingeschakeld om mensen en materiaal terug naar Invergordon te brengen.
Hier werd ik ook afgelost, en kon weer aan een welverdiend verlof gaan beginnen.



compass

28/3/2004
18:22:43  Hier een beginnetje van mijn memoires
Je zal tijdens je wacht midden op de Noordzee op zeker moment maar een fabriek recht vooruit uit de kim zien opdoemen.. Ik ken Kapiteins die dan de drank gelijk afgezworen hadden !!

Bert de Boer



Jack Minneboo

31/3/2004
08:29:42  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 9 Smit-Lloyd 41


Medio jaren zeventig kwam het voor,dat Smit Internationale mensen over had, en dat ze bij Smit Lloyd mensen te kort kwamen.
Het logische gevolg hiervan was natuurlijk dat er mensen werden uitgewisseld.
Zo kwam ik dus op de Smit-Lloyd 41 terecht.
Die lag in Punta Arenas, waar ze assisteerde bij het booreiland “Diamond M Nugget”, samen met haar zusterschip de 43.
De boorlocatie was ruim een dag varen van de haven van Punta Arenas, in de eerste nauwten aan de oostelijke ingang van straat Magelhaes.
Samen met de eerste machinist vloog ik vanaf Schiphol, via Curaçao, Rio de Janeiro en Santiago naar de zuidelijkste stad ter wereld.
Dit nam twee dagen in beslag. We overnachtten in het meest luxe hotel dat ik tot dan toe ooit gezien had, het Carrera-Sheraton Hotel in Santiago
Dit was een oud hotel uit de jaren twintig, wat nog helemaal in de oude stijl was.
Een prachtige Lobby, met veelkoper,oude Perzische tapijten,gobelins, kortom je waande je helemaal terug in de jaren 20-30.
Na eerst een lekker drankje in de mooie bar op de hoogste etage te hebben genuttigd, gevolgd door een excellente maaltijd, weer gevolgd door nog een afzakkertje in de bar,werd het tijd om de vette lappen op te zoeken.
Ook hier was nog alles in de stijl van voor de oorlog, inclusief de bediening.
De koffer was al netjes uitgepakt door een kamermeisje, en de inhoud keurig in de kast uitgehangen!
De volgende morgen, na een heerlijk ontbijt, werden we met de taxi weer naar het vliegveld gereden, en kon de reis naar het barre zuiden voortgezet worden.
Dat was aanmerkelijk minder luxe!!
Het vliegtuig was een overjarige tweemotorige Fokker, die zijn beste tijd al heel lang achter zich had gelaten.
Het vloog. Daar was alles mee gezegd. Gelukkig duurde de vlucht niet zo erg lang, en ondanks een hobbelige landing, kwamen we veilig aan in Punta Arenas.
Hier werden we op het vliegveld door de Agent opgewacht, en voorgesteld aan een Amerikaan, die ondanks het vroege uur al aardig naar Whisky rook.
Het bleek dat deze Amerikaan ons met de auto naar het 100 km verderop gelegen Cabo Negro moest rijden, en ons daarna met zijn helikopter naar het platform zou vliegen.
Tijdens de rit, die over ongeplaveide wegen ging en behoorlijk hobbelig was, dronk de chauffeur/piloot nog een zakflaconnetje leeg.
We zagen diverse Nandoe’s, de plaatselijke loopvogels, maar raakten er gelukkig niet een.
Eenmaal op de plaats van bestemming, werden we verzocht mee te helpen om de helikopter uit de hangar te trekken, en werd de terreinwagen erin terug gezet.
We laadden de bagage achterin de heli,en vertrokken naar de Diamond M Nugget.
Wonder boven wonder bleek de piloot nog uitstekend te kunnen vliegen, en kwamen zonder kleerscheuren aan. Wel liet hij ons nog enige staaltjes van zijn vliegkunst zien door bij de landing scherp om de poten van het rig te vliegen, en de heli min of meer nonchalant neer te gooien op het helidek.
Met de bibbers in de benen konden we aan het laatste stukje van onze reis beginnen.
Het met de “basket” neergelaten worden door de kraan op het achterdek van de 41.
En ondanks dat er behoorlijke golven stonden, en het voor het eerst was dat ik aan de buitenkant van zo’n geval stond, op 40 meter boven een vervaarlijk op- en neergaand achterdek, voelde ik me beter op mijn gemak dan even daarvoor in de helikopter!
De jongens die naar huis gingen stonden al klaar om te vertrekken, en de wacht werd min of meer op het achterdek overgegeven. En zo kwam ik in de wereld van de Offshore terecht!
Hier werd met een twee wachtenstelsel gelopen, terwijl dit bij Smit een drie wachtenstelsel was.
Dat kwam er dus op neer dat er hier 6 op en 6 af gelopen werd. Ik vond dit een veel betere regeling, omdat er op die manier meer uren gemaakt werden, en dus wat meer verdiend werd.
En, aangezien er gezinsuitbreiding was geweest, was dat extra inkomen meer dan welkom!
We assisteerden zoals gezegd samen met de Smit-Lloyd 43 de Diamond M. Nugget.
Dat hield in, dat er altijd een boot in Punta Arenas lag, terwijl de andere bij de Diamond M lag om allerlei hand en spandiensten te verrichten.
Zo losten wij elkaar elke week af, of als er een “Riggmove”was, waren we daar samen mee bezig.
De torn buiten zat er bijna op, en een dag of wat later gingen wij naar binnen, om nieuwe brandstof en water in te nemen, en Bariet en cement te laden.

Eerst maar eens wat verduidelijkingen, wat betreft de werkzaamheden van een Supplier.

Bij deze lokatie werden proefboringen gedaan naar olie en gas op de grens van Chili en Venezuela.
Het (Amerikaanse) booreiland boorde hier dus een aantal proefputten of testwells.
Bij het boren word de boorkop gesmeerd en gekoeld met een mengsel van water en een soort poeder, bariet genaamd. Dat had ook nog een derde doel, n.l., het mee terug naar de oppervlakte voeren van het losgeboorde gesteente. Om dit mee te kunnen voeren, moest die Mud, zoals dat mengsel genoemd werd, zwaarder zijn dan het gesteente, waardoor het boorsel zou drijven.
Op het booreiland was dus een installatie aanwezig die deze mud door de boorpijp het gat inpompte. Daarna werd het via een zeef installatie van het grove boorsel ontdaan, en na filtering weer opnieuw gebruikt kon worden.
Aangezien de totale inhoud van het geboorde gat natuurlijk steeds groter werd, moest er steeds meer mud aangemaakt worden.
Wij vervoerden deze bariet aan in poedervorm in grote bulktanks, en dat werd met luchtcompressoren het rigg opgeblazen.
Ook werd het boorgat aan de bovenkant wijder gehouden tot op enkele honderden meters diepte. Er werd om de pijp een veel wijdere pijp aangebracht, waarna de tussenruimte opgevuld werd met cement.
Hiervoor hadden we dan ook nog een aantal bulktanks met cement aan boord, om ook in deze behoefte te kunnen voorzien.
Om al die mud en cement aan te kunnen maken hadden ze natuurlijk ook water nodig, het zgn. Drillwater, wat wij ook in grote, in het schip geïntegreerde tanks meevoerden.
Dan namen we ook nog drinkwater, oftewel potable water mee en werd er elke week voedsel en andere benodigdheden in containers aangevoerd.
Je ziet, we waren in feite parlevinkers.
Personeel vervoer hoorde ook tot onze taken, en hiervoor hadden we beneden extra accommodatie voor zo’n 10 tot15 man.
En dan natuurlijk de sleepuitrusting. Deze schepen hadden een twee trommellier achter de brug. Daarvan zat op de ene trommel een sleepdraad van zo’n 1200 m lengte, terwijl de andere trommel gebruikt kon worden voor zgn. Anchorhandling.
Tot zover in vogelvlucht de mogelijkheden van de SL 41



Terug in Punta Arenas, werd er zo snel mogelijk alles aan boord genomen, zodat we direct uit konden varen als dat nodig was.
We vroegen en kregen toestemming van het rigg, om wat reparaties uit te voeren, en konden ons zo aan boord wat bezighouden.
‘s Avonds gingen we de wal op. Er was sinds de berging van de Metula weinig veranderd, behalve dat een van de bordelen van eigenaar was veranderd. Die had een van de onze matrozen overgenomen.
Zo had hij door een relatief lage investering, een extra inkomen, terwijl hij gedurende zijn waltorn gratis plezier had!
Niet gek, om zo van je hobby je (semi)beroep te maken!
Hij was vrijgezel en had verkering gekregen met een van de dames uit het bordeel, en haar als Manager aangesteld.
Zijn verlof periodes bracht hij in Punta door, zodat hij ook de vliegtickets nog vergoed kreeg.
Het was hier al met al echt wild west!
Op een zaterdag gingen we met een deel van de bemanning in de auto van onze matroos/bordeelhouder, een ouwe terrein wagen, die op gasolie van boord reed naar de bergen om daar wat sneeuwpret te hebben.
Het ouwe jammer reed prima, en na een klein uurtje kwamen we bij een echte skipiste!
Skiën had ik geen kaas van gegeten, en de anderen al evenmin, dus huurden we rodels, sleetjes, met i.p.v.ijzers, skietjes eronder. En hiermee gingen we de berg af.
Dat ging heel wat harder dan ik verwacht had, en dat we van tevoren een paar pierenverschrikkertjes hadden genomen, hielp ook al niet echt bij het koersbepalen.
Nou stond er op die helling welgeteld een boom, en jawel hoor, je raadt het al. Ik had hem!
Sleetje aan gruzelementen, en een paar blauwe plekken.
Ik weer naar boven om een ander sleetje, maar die kreeg ik niet! Ik kreeg zelfs de wind van voren van die verhuurder, dat ik z’n sleetje gemold had,en moest betalen!
Dus nadat er een paar dollars van eigenaar gewisseld waren, zat er voor mij niks anders op dan maar een biertje te gaan drinken in het lokale kroegje, en wachten op de maten.
Die kwamen na een half uurtje ook, en na nog een paar biertjes konden we de terugreis beginnen.
Het was inmiddels beginnen te sneeuwen, en het duurde dan ook niet lang, of we zaten vast in de berm.
Met z’n allen eruit om te duwen, maar dat hielp geen zier! Goede raad was duur, maar even later kwam de sleetjes verhuurder er met zijn pick-up aan, en die stopte om te kijken of er hier nog wat extra’s te verdienen was.
Na wat gemarchandeer en weer een paar dollars, maakte hij een ketting vast, en even later konden we de reis voortzetten.
Hierna gingen we met z’n allen naar het bordeel van onze matroos, en daar hadden de dames inmiddels een voedzame maaltijd voor ons in elkaar gezet. Natuurlijk met Nederlandse spulletjes van boord!
De rest van de week bleven we aan boord, en deden daar de nodige karweitjes, terwijl we ‘s avonds bij tijd naar bed gingen.
Na vijf dagen in de haven, of pier, was het weer onze beurt om naar het Rigg te gaan en daar de 43 af te lossen.
Hier weer aangekomen gingen we direct “onder het rigg”om proviand en water te lossen en ook de nodige andere materialen zoals boorpijpen.
Bij mooi weer bleef de ouwe er “los”onder liggen, het schip met de twee schroeven en de boegschroef op zijn plaats houdend.
Als er meer wind stond, werden er eerst twee ankers uitgezet, en achterop twee trossen op het rigg vastgezet, zodat het schip goed op zijn plaats bleef.
Na een paar dagen kregen we bezoek uit een voor mij geheel onverwachte hoek.
We lagen op een paar honderd meter van het rigg ten anker, en het was prachtig weer, haast geen deining, en een waterig zonnetje.
Ik was bezig in de machinekamer, toen ik ineens een hoop herrie aan dek hoorde.
Dat werd steeds erger, dus ik als de bliksem naar boven om te zien wat er aan de hand was.
Wat schetste mijn verbazing, toen ik boven het achterdek de heli zag hangen! Even later stond hij aan dek, en de piloot, (dezelfde die ons van Cabo Negro naar het rigg had gevlogen) stapte uit, en kwam de accommodatie in.
Hij had dorst! Dus kwam hij maar een biertje halen, omdat ze op het rigg droogstonden.
En bij ons zat de boegschroefkamer tot de nok gevuld met het edele vocht van Ome Freddie!
Na een paar biertjes, en een paar doosjes in de heli gezet te hebben, stapte hij weer in, en vloog met de buit richting Cabo Negro, omdat hij zijn bier natuurlijk niet op het rigg kon wegzetten. Dit zou hij bij mooi weer nog een paar keer herhalen.
Een kleine week later werd het tijd om het rigg te “moven”naar de volgende locatie en kwam de 43 een dagje eerder naar buiten. Samen met een lokaal sleepbootje, maakten we ieder op een hoek vast, het rigg trok zijn poten op, en we konden “moven”.
Op de nieuwe locatie werd het rigg weer nauwkeurig gepositioneerd, de poten gingen aan de grond, en het opkrikken kon beginnen.
Aan ons weer de beurt om naar binnen te gaan. We haalden nog een paar passagiers op, en de terugtocht kon beginnen.
Tegen dat we in Punta aankwamen was het al begonnen te sneeuwen, en dit hield aan.
Eenmaal aan de pier gekomen, en afgemeerd, gingen er nog een paar man de wal op naar hun respectieve meisjes. Zelf bleef ik aan boord, om eens een boeren nacht te maken, maar dat zou anders uitpakken.
Ook de ouwe was bij het ploegje dat de wal opgegaan was.
Hij had verkering gekregen met de zus van onze agent, en z’n vrouw een brief geschreven, dat ze maar een steen op het gas moest zetten, en dat hij zou terug komen als die gaar was.
Nou kan het weer in Straat Magelhaes bliksemssnel omslaan, en dat gebeurde ook die avond. Om een uur of elf stond er een harde zuidwester.
Bij die wind stond de zee recht op de pier waaraan wij lagen, en dat resulteerde erin dat we behoorlijk lagen te bonken tegen de wal.
Eerder al was de gangway tussen kaai en schip gekraakt, en toen de eersten terug kwamen, maakten ze mij wakker door met steentjes tegen mijn hut aan te gooien.
Ik ging naar de brug, en zag ze daar staan koukleumen. Ze konden niet aan boord!
Ik startte de boegschroefmotor en bracht de kop tegen de wal, zodat ze aan boord konden klauteren. Ook de meegebrachte dames stapten aan boord.
We moesten maken dat we wegkwamen, maar de Ouwe was nog niet terug! Ik werd de wal opgestuurd om hem te zoeken.
Ik kreeg een adres mee waar hij zou zijn, en zou met een taxi daar naartoe gaan. Maar in dat weer reed er geen enkele taxi meer!
Goede raad was duur, we hadden die ouwe nodig!
Dan maar te voet naar het opgegeven adres! Dat was gauw een kilometer of drie lopen!
Met goed weer een fluitje van een cent, maar in een sneeuwstorm geen onverdeeld genoegen!
Na een klein uurtje ploeteren, gelukkig de wind in de rug, kwam ik bij het opgegeven adres.
Ik belde aan, maar er werd niet open gedaan.
Na nog een paar keer stevig bellen en op de ramen en deuren roffelen ging er dan toch licht aan.
Wrijvend in zijn ogen stond die ouwe daar, in zijn onderbroek. Ik vertelde wat er opdeed, en al gauw zaten we in de auto van de agent, om terug naar boord te gaan.
Op de kade aangekomen manoeuvreerde de stuurman het schip zo goed en zo kwaad hij kon tegen de wal, en we konden aan boord springen.
De ouwe ging naar boven, en ik de machinekamer in. Het was per slot mijn wacht.
We zochten een oppertje op onder de zuidelijke wal van de straat, en lieten daar het anker vallen.
Die ouwe had intussen contact gehad met de 43, en geïnformeerd hoe de vlag er daar bij stond.
Het bleek dat er daar geen vuiltje aan de lucht was, heldere sterrenhemelen een matige bries.
Eenmaal in het opper ten anker lagen we ook weer lekker rustig.
We misten alleen onze bordeeleigenaar nog. Die hadden we niet meer kunnen bereiken.
Zou die op zijn neus kijken als hij de volgende morgen op de pier stond, bij een lege plek!
En inderdaad, toen hij de andere morgen keurig om kwart voor acht op de pier kwam, zag hij dat wij een paar kilometer verderop ten anker lagen.
Hij ging aan boord bij een klein patrouillevaartuig van de Chileense marine, en vroeg of hij de marifoon mocht gebruiken.
Zo kwam hij dus even later in de lucht, en vroeg wat hij moest doen.
Het weer was nog te slecht, maar rond de middag zou het afnemen. Hij kon nog wel even naar zijn meisjes!
Rond een uur of twaalf was het niet veel beter, maar het was wel onze beurt om weer naar de Diamond M te gaan!
Besloten werd om met een redelijke snelheid langs de pier te varen, zodat hij aan boord kon springen.
Dat zou echter er wel in resulteren, dat we de dames die de vorige avond aan boord waren gekomen, niet meer af konden zetten!
Nou ja, als de dames maar beneden dek zouden blijven als we in de buurt van het rigg kwamen, konden ze wel mee.
We hadden echter buiten de bordeel tamtam gerekend, en het was dan ook algauw bekend, dat de 41 een paar extra “lichtmatrozen”aan boord had.
We kregen dan ook na een paar dagen de opdracht om even naar Cabo Negro te gaan om wat smeerolie op te halen voor het rigg.
Met de verdekte suggestie dat ”als we nog iemand naar de dokter moesten sturen dat die gelijk mee terug konden” gingen we de reis naar Cabo Negro op.
Hier konden we de dames min of meer ongezien de wal op moffelen, en zo liep alles nog met een sisser af.
Een paar dagen later kwamen we weer in Punta terug, en iedereen liep te gniffelen!
Het was al de rondte gegaan dat wij een paar dagen met een paar vrouwen aan boord hadden rondgevaren!
Een paar weken later zaten we alweer in het vliegtuig terug naar huis.
Dit werd een vliegreis met hindernissen.
Toen we op het vliegveld van Santiago wilden landen, viel het daar ineens dicht van de mist.
We moesten de landing staken en doorvliegen naar een klein plaatsje in Venezuela, over het Andes gebergte.
Na daar zonder problemen geland te zijn werden we door de vliegmaatschappij vervoerd naar het lokale hotel, en mochten daar de nacht doorbrengen, na nog wat te eten gehad te hebben.
Het was een dertigste rangs hotel, waar de kakkerlakken langs de muren liepen, en de verwarming ondanks een hoop herrie nauwelijks genoeg warmte gaf.
We waren blij dat we weer in de bus konden stappen om naar het vliegveld te gaan.
We vlogen weer over de Andes, en konden dit keer zonder problemen landen op Santiago Airport.
We waren gelukkig op tijd voor onze vlucht met Air France naar Charles de Gaulle, en konden even later het toestel al in.
Zo kwam het dat ik binnen 24 uur 3 keer het Andes gebergte over ben gevlogen.
We vlogen via Rio naar Nice, en toen door naar Charles de Gaulle.
Hier ging ook nog het een en ander verkeerd, en we landden pas tegen middernacht in Parijs.
Te laat voor onze verbindende vlucht naar Schiphol.
De volgende morgen, na de nacht op Charles de Gaulle in ongemakkelijke stoelen te hebben doorgebracht, zouden we door kunnen vliegen, ware het niet dat er gevraagd werd of we onze plaatsen wilden afstaan aan een ouder echtpaar, dat een aansluitende vlucht naar de States moest halen.
Voor ons zou dat twee uurtjes schelen, voor die ouwetjes een hele dag.
We waren nou toch al meer dan 48 uur onderweg, en wisten wat het betekende om te blijven steken op een vliegveld, dus wat gaf het ook. Die ouwetjes waren in de wolken, dat ze toch hun vlucht konden halen
Eindelijk na ruim twee dagen konden we de voordeur weer achter ons dichttrekken.
De eerste reis bij Smit Lloyd van maar 3 maanden zat erop.

Maar ja, als je korter weg bent, heb je ook korter verlof!
Goed vijf weken later zat ik weer in het vliegtuig,dit keer naar Aberdeen in Schotland.



andries

31/3/2004
10:56:32  Hier een beginnetje van mijn memoires
jack,hardstikke mooi zeg die verhalen, vooral het laatste. zat me helemaal te verkneukelen en te genieten.
Ik weet zelf het beste als je iets vlot uit je geheugen vertelt-zie mijn geografische blunder bij ronny/leo pauwgracht new zealand -dat er zich foutjes insluipen.mag de pret niet drukken hoor!. verder zo, zou willen dat ik dat zo kon! kompliment,schitterend!

heb het zelf later voor zaken eens gedaan:
dat "korte" vluchtje santiago -Pta Arenas is toch wel ,meestal met tussenlanding, 4 tot 6 uur. dan merk je pas hoe groot(lang) chili is!

en dat buurland over de Anden is natuurlijk Argentinie.

mede door julie hulp barsten ze er nu van de goedkope aardgas en is de levensstandaard er nu -voor chili- hoog.anders was het er denk ik bij dat rotklimaat niet uittehouen!

sukses verder
mvrgr,andries


Ronald

31/3/2004
10:58:55  Hier een beginnetje van mijn memoires
Willem,
Wat betreft je foto's van 26 en 27 maart: De GBT op de eerste foto is Andoc niet. Overigens was Andoc de naam van de aannemerscombinatie en was de eigenlijke naam van het eiland Dunlin A (veldnaam). De GBT die rechts achteraan op de foto zichtbaar is, zou het wel kunnen zijn. De foto's van de driepoots GBT betreft het eiland voor Beryl A.


compass

31/3/2004
10:59:51  Hier een beginnetje van mijn memoires
Mijn dag is al weer goed begonnen met dit verhaal!

Bert de Boer



willem

31/3/2004
12:38:04  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Ronald.
Bedankt voor je uitleg over de foto's.
Heb er zelf geen verstand van maar vond het wel leuke foto's met al die sleepers er bij.
grt.
willem


willem

31/3/2004
12:42:07  Hier een beginnetje van mijn memoires
OoK mijn dag kan niet meer stuk.
Heb weer genoten van je verhaal Jack.
grt.willem


Huib

31/3/2004
15:09:07  Hier een beginnetje van mijn memoires
Mooie verhalen Jack, zit al uit te kijken naar het volgende deel. Doe Danker de groeten van me als je hem ziet. Gr, Huib


Jos Komen

31/3/2004
16:48:54  Hier een beginnetje van mijn memoires

Hallo Jack, het eerste wat ik deed toen ik thuiskwam was jouw verhaal lezen.
Wederom van genoten. Ga er binnenkort mee verder om er een versie voor scheepspraat.nl van te maken met mooie foto's erbij.
All the best
Jos



willem

02/4/2004
12:26:26  Hier een beginnetje van mijn memoires



Hier dan eindelijk

Het eiland DULINA.A
en geen ANDOC

grt.willem van arendnet


arij

03/4/2004
16:36:49  Hier een beginnetje van mijn memoires
Nou Jack ik ben een luie lezer en ben dan ook niet direkt begonnen met lezen van jouw memoires.
Maar toen ik eenmaal begonnen was in een ruk alles gelezen. En ik heb er van genoten, als je het leest is het net of je er zelf bij bent. Geweldig gewoon. Jammer dat je er geen uitgever voor gevonden hebt. Want het is best de moeite waard.
Je kunt ook in eigen beheer je boek uitgeven. Dat zou goedkoper zijn. Maar veel weet ik daar niet over. Op deze site is er wat overte lezen:http://www.epibreren.com/rs/rs_frame.html?eigenbeheer.html
Maar blijf schrijven, en zet door.
Zelf ben ik ook wat aan het schrijven. Mijn verhaal gaat over het reddingstation Burghsluis.
Het forum is misschien een middel om te kijken of het geschikt is.
Mijn schrijfstijl is niet zo mooi als die van jou. Van jou is het gewoon klasse.
gr arij


Jack Minneboo

04/4/2004
08:53:27  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hoofdstuk 10 De Smit-Lloyd 11


De 11 had Aberdeen als basis. Als we binnen lagen was dat altijd aan Waterloo quay.
Een gezellige staphaven, waar altijd wat te doen is.
We werden door de agent naar boord gebracht, en het was gelijk tijd voor het eten.
Het was een oud scheepje, met Industie hoofdmotoren, en Kromhout hulpmotoren.
Een leuk scheepje dat later zou bewijzen hoe zeewaardig ze was.
De inrichting was een eind hetzelfde als de 41, zodat ik al snel mijn weg wist te vinden.
Voorin, op het bakdek was de passagiershut omgebouwd tot bar, zodat we na sluitingstijd van de kroegen nog een afzakkertje konden nemen.
Een paar dagen na mijn aankomst gingen we op weg naar het booreiland, een grote beton constructie die op betonnen peilers op de zeebodem stond. In de poten de olie sloegen ze de olie op, tot er een tanker kwam om deze af te voeren.
Het was onze taak om de tanker te assisteren.
Ook moesten we deze reis de tros vervangen van de SPM (Single point mooring bouy).
De SPM war een grote boei, zo’n 10 m doorsnee en ik denk wel 80 m hoog,waarvan zeker 15 meter boven water stak. In die boei was de meertros aan een zwaar contragewicht bevestigd.
Dit was een half meter dikke nylon tros net een anderhalf ton zware speciale kous, waar de tanker een speciale bracket voor had.
Behalve die tros was er ook nog een dikke slang, waar de tanker de olie door aangevoerd kreeg.
Wij moesten eerst de oude tros uit de boei trekken, zover dat het contragewicht tot bovenin kwam, en deze opgevangen kon worden.
Dan zou de oude tros losgekoppeld, en door ons aan boord getrokken worden.
We hadden het volle vermogen nodig om de tros tot bovenin te trekken!
Eenmaal de oude tros bij ons aan boord, werd de nieuwe tros aan de messengerline bevestigd, en trokken ze deze vanaf de boei omhoog.
We hadden voor dit karwei een volle dag nodig! En we moesten opschieten, want de volgende dag zou de tanker,de “Matco Haven” zijn opwachting maken.
Het weer was inmiddels verslechterd, en na de Matco Haven op de boei gemeerd te hebben kregen we de opdracht om terug naar Aberdeen te gaan en daar een zgn. Fishreel op te halen.
Dit was een grote hydraulische liertrommel, met enige kilometers dunne staaldraad op, waar een speciaal ding aan kwam om gebroken boorpijpen op te vissen uit de boorput.
In Aberdeen aangekomen werd dit ding op het achterdek vast gesjord met stalen kettingen.
Het weer was er niet beter op geworden, en we moesten speciale toestemming vragen aan de havenautoriteiten, om te mogen vertrekken.
Die kregen we, en we vertrokken zonder loods, die zou niet afgezet kunnen worden vanwege het slechte weer.
We gingen een enerverend reisje tegemoet!
De wind bleef toenemen tot orkaankracht, en we moesten gaan “steken” met de kop in de wind, om zo de golven te trotseren.
Na een aantal uren zo gevaren te hebben,kwamen we ter hoogte van de Shetlands, en moesten we rechtsomkeert.
Voor de wind surften we in hoog tempo richting Noorse kust.
Iedereen moest uit veiligheidsoverweging op de brug blijven. We mochten niet naar onze hut, want er waren in deze storm al twee schepen vergaan, niet zo ver bij ons vandaan.
We hadden de blindkleppen voor de stuurhut ruiten gedaan, en dat was maar goed ook.
Eenmaal onder de Noorse kust moesten we weer rond, nu echter bij een golfhoogte van minstens 13 meter!
Het was de bedoeling dat we, als we boven op een golf waren, hard bakboord roer zouden geven, en zo, van de golf afsurfend, met volle kracht rond zouden proberen te komen, om de volgende golf weer echt tegemoet te zien.
Dit lukte …. Bijna!
We waren bijna rond, toen er een monstergolf oversloeg, die het scheepje deed kraken!
Toen het scheepje zich zwaar schuddend weer oprichtte, en al het water van zich had afgeschud konden we de schade opnemen
Het bleek, dat de voorkant van de stuurhut zo’n 5 cm was ingezet. Onze Zodiac was helemaal verdwenen.
De Stuurboord Dingy, een zelfopblazend reddingvlot, lag half opgeblazen op het achterdek. En de fishreel die met sterke kettingen vast gestaan had aan stuurboord, stond nu aan bakboord! Los!
Die moest zo snel mogelijk weer worden gesjord.
De Stuurman en 2 matrozen hesen zich in hun Survivalsuit, en de winchmotor werd gestart.
Het was de bedoeling dat we de werkdraad via bolders aan dek en de binnenverschansing om de fishreel naar de achterbolders zouden brengen.
Als die dan achterop vast zou staan, konden we de werkdraad doorhalen, en zo de fishreel weer tegen de binnenverschansing aantrekken.
Dit was een levensgevaarlijke operatie,en we stonden dan ook allemaal met het zweet in onze handen. We hadden net de kracht van het water aan den lijve ondervonden!
We voeren nu weer tegen de wind in, zodat de jongens op het achterdek relatief beschermd stonden.
Maar daar trokken de golven zich niets van aan. Op een gegeven moment doken we weer zo’n monstergolf in! Een spannende minuut wachtte ons. Zouden de jongens er nog zijn?
Toen het water wegliep, zagen we wel de twee matrozen helemaal achterop, die hadden zich vastgebonden. Maar waar was de Stuurman?
Even later dook hij op van onder de opbouw.
Hij was door het water heel het dek over gesleurd, gelukkig de goeie kant op naar het voorschip.
Hierna werd alles snel vastgemaakt, en konden we de fishreel weer zeevast op zijn plek trekken, en konden de jongens naar binnen komen.
Gedurende deze storm waren de enigen die de brug afgingen de Kok met een matroos, om eten uit de koelkast te halen, en de eerste machinist en ik om de machinekamer te controleren. Altijd met z’n tweeën, om elkaar te kunnen helpen.
De Stuurman was met zijn onvrijwillige wildwater avontuur licht gewond geraakt, en moest een paar pleisters op zijn hoofd hebben, en hij had een stijve arm. Verder mankeerde hij niets.
Hierna konden we schade opnemen, en de boelweer opruimen.
Op de wanden van de accommodatie stonden overal vuile voeten, waar we over hadden gelopen, zo schuin was het schip gegaan.
En in de Machinekamer was het een gigantische ravage, het bilgewater was tegen de wanden op geklotst, tot aan het plafond toe!
Na drie dagen nam de storm af, en gingen we weer richting het booreiland.
Hier werd de fishreel overgenomen, en konden wij bijslapen.
We hadden drie dagen met z’n allen op de brug gebivakkeerd, alleen brood gegeten, en amper geslapen. We waren kapot!
We moesten nog een paar dagen voor we weer afgelost zouden worden. De dag erna moesten we de tanker weer assisteren,en twee dagen later kregen we de fishreel terug aan boord en gingen we weer richting Aberdeen
Een week welverdiende rust!
Een twaalf uurtjes later liepen we de haven binnen, en kregen een nieuwe Zodiak en een nieuwe dingy aan boord.
Ik ben in mijn hele carrière op zee niet bang geweest, behalve deze reis! En ik schaam me niks om dat toe te geven. Twee schepen waren vergaan, en een barge was op de rotsen geslagen. Van de bemanning van een van de schepen is niets meer gehoord, de bemanning van het andere schip werd door een heli gered. En dat alles binnen een honderdvijftig mijl bij ons vandaan.We hadden geluk gehad. En natuurlijk een pluim voor de constructeurs van het scheepje!!
In Aberdeen konden we weer helemaal tot rust komen, en hadden we spannende verhalen te vertellen in de kroeg.
Elke avond waren we in de kroeg te vinden. En elke morgen hadden we veel tijd nodig om in het ouwe ritme, en aan het werk te komen.Met andere woorden, we genoten ervan zolang we konden.
Een kleine week later gingen we weer terug naar zee. Bij het booreiland gekomen konden we meteen weer de Matco haven assisteren, en voor de rest was het een rustige week.
De rest van de reis zou er niet veel opzienbarends gebeuren. Een paar weken later vloog ik weer naar huis.
Dit was het laatste reisje voor mij bij Smit-Lloyd.




compass

04/4/2004
21:48:13  Hier een beginnetje van mijn memoires
Ja, in zulke situaties zou ook mij het zoute water zowel van boven naar beneden als van beneden naar boven langs mijn benen lopen Jack.

Ik denk dat we allemaal wel eens zo'n reis gehad hebben dat we echt oprecht bang waren maar later de zaak een beetje bagateliseerden.

Bert de Boer



Reinier Meuleman

05/4/2004
14:48:52  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack,heel leuk geshreven met veel humor en spanned tot het eind. Was in 1968 ook 3rd op SL7 in Corck en SL 41 in Abberdeen, daarna nooit meer op die kleine galbakken !!! Alleen het eten was goed in die tyd

groetjes en veel shryfs

Reinier


Jack Minneboo

07/4/2004
09:22:28  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hier het (voorlopig ) laatste hoofdstuk,
Hoofdstuk 11 De Zwarte Zee

Mijn laatste reis bij Smit Internationale was op de legendarische Zwarte Zee.
We moesten vliegen naar ik dacht Singapore, waar de Zwarte lag te wachten op de rede.
Ze lag daar met een sleepachter zich, de Giant 2, die een booreiland aan boord had voor de Perzische Golf.
Zodra de wacht was overgegeven gingen we ankerop en vertokken richting PG.
De Giant 2 was een reusachtige bak met een heel hoog voorschip, waar een bedieningskamer opstond.
Van hieruit kon de bak bijna geheel afgezonken worden, zodat alleen nog een stukje van het verhoogde voorschip boven water uitstak.
Door dan de lading boven het onder water liggende dek te varen, en hierna de ballast weer uit te pompen, kwam het dek boven water, en stond de lading aan dek.
De bak was heel ”geveegd”, ofwel gestroomlijnd, zodat deze een minimum aan weerstand had.
Dat resulteerde erin dat er heel hoge snelheden met deze sleep behaald werden.
Wij moesten deze reis trials uitvoeren, om erachter te komen wat de meest economische snelheid was.
Zo voeren we dan weer eens op 1 motor heel langzaam, dan weer op allebei de motoren op volle kracht.
Het snelst wat we met deze bak hebben bereikt was maar liefst 12,5 knoop!
Eenmaal op plaats van bestemming werd de Giant bak weer afgezonken, en kon het booreiland eraf gevaren worden.
Ballast er weer uit, en we konden weer terug, dit keer naar Japan.
We moesten daar een sectie van een nieuwe raffinaderij ophalen die ook voor de PG bestemd was.
Bij de werf, waar deze sectie gebouwd was, aangekomen werd de Giant met zijn achtersteven tegen de wal gelegd, en werd de sectie aan boord gereden. Ondertussen waren mensen van Smit de bak aan het trimmen met de ballasttanks, om de bak zo vlak mogelijk te houden.
Dit precisiewerkje was toch in een uur of wat geklaard. Toen kon het zeevasten beginnen.
Op diverse plaatsen werden schoren gelast, en ook werd de sectie op diverse plaatsen aan het dek vast gelast, zodat er een stevige eenheid ontstond.
Dit karwei duurde een paar dagen, zodat wij de wal op konden.
Toen was het zover dat de verzekering ons toestemming verleende om te vertrekken.
We waren weer zeeman.
De reis verliep op rolletjes, tot we in Straat Malakka kwamen. Even voorbij Singapore vielen ineens de hoofd en hulpmotor stil.
We hadden op dat moment een snelheid van ruim 12 mijl (voor stroom), en sleepten vanwege de geringe diepte in Straat Malakka op een ingekorte draad van maar ca 400 M.
Het was op dat moment net kwart over zeven in de ochtend.
Ik sliep net, na om 4 uur van wacht gekomen te zijn, maar was onmiddellijk klaar wakker.
Ik schoot in m’n onderbroek de trap op om op het sloependek aan bakboord naar buiten te gaan kijken wat er gaande was.
Net op tijd om de Giant met een hoop lawaai voorbij te zien schuiven.
De bak zelf ging op een metertje mis, maar de lading die stak aan allebei de kanten een paar meter uit!
Ik vloog weer terug naar binnen, want ik wist wat er komen ging!
Net op tijd want terwijl ik de deur achter me dicht trok, werd de sloep die boven die deur in de davits hing volledig versplinterd!
Ook werd er een reddingsboei met een rookpot uit zijn houder geslagen, zodat de hele bakboords kant in een dichte oranje rook gehuld was.
Toen alles een beetje rustig was schoot ik terug m’n hutje in om wat kleren aan te trekken, en naar de machinekamer te gaan kijken of daar wat te helpen viel.
Ik werd door de eerste stuurman aangeklampt om de werkboot te bemannen en naar de Giant te gaan om daar een anker te laten vallen.
Dus even later zaten we met een man of vier vijf in de sloep en waren onderweg naar de Giant.
Hier ging ik de machinekamer in om de generator te starten,zodat we het anker konden laten vallen.
Tien minuten later lagen we ten anker.
De Zwarte lag een honderd meter verderop en was nog bezig het bedrijf weer op gang te krijgen.
Later bleek, dat op raadselachtige wijze alle lucht uit de drukvaten verdwenen was.
En aangezien veel beveiligingen op de Zwarte Zee op pneumatiek werkten, werden dus de motoren automatisch gestopt.
Geen lucht betekende geen hulpbedrijf, betekende geen compressor om lucht te pompen.
We hadden alleen een kleine nood luchtcompressor. Het nam ruim twee uur in beslag om hiermee voldoende luchtdruk te krijgen om de boelweer aan de gang te helpen. Dwz de hulpmotoren, zodat we de grote luchtcompressoren weer konden gebruiken!
Een goed uurtje later was er genoeg lucht om de Hoofdmotoren te starten, en werd de sleepdraad ingekort.
Wij gingen met de Giant ankerop, sloten de boel daar weer af,en werden door het sloepje weer opgehaald.
Ik kreeg nog even tijd om een hapje te eten, en kon weer op wacht. We waren weer onderweg!
De schade was beperkt gebleven tot een verbrijzelde sloep, waarvan de onderdelen en ook de motor op de bak lagen, een meter of wat verfrommeld hekwerk, en de halve bakboord brugvleugel eraf.
Al met al had het veel erger gekund, als de Giant ons recht achterop was gekomen.
Dan waren we ongetwijfeld onder de bak verdwenen!
De lading was zogoed als onbeschadigd gebleven, en de verdere reis verliep ongestoord.
We brachten de raffinaderij keurig op plaats van bestemming binnen de gestelde termijn, en konden daarna weer terug naar Japan.
Hier zouden we voor reparatie het dok ingaan, en er zou gelijk een groot survey gedaan worden
Leuk detail was, dat we bij Singapore nog kaarten aan boord zouden krijgen, zodat er ook de mogelijkheid was om post aan boord te krijgen en te versturen!
Ik had de illustere eer om dit aan de rest van de bemanning mede te delen.
Maar, op zee is het altijd de gewoonte om onervaren jongens bij plaatsen waar de scheepvaartroute dicht bij een grote plaats komt, voor de gek te houden dat het postbootje langskomt.
Niemand geloofde me dus, en niemand die een brief aan thuis ging schrijven.
Behalve een paar officieren en ik zei de gek. Je had die beteuterde gezichten moeten zien, toen bij Singapore daadwerkelijk het “postbootje” langs kwam! Het was de Hudson, die in Singapore op station lag, voor wie het een welkome afwisseling was om even de post en de zeekaarten langs te brengen.
De rest van de reis verliep rustig, lekker weer en goede temperaturen. We bouwden nog een zwembadje op het achterdek om een beetje af te koelen, en hadden een heerlijk leventje!
Eenmaal in Japan moesten we nog een paar dagen wachten voordat we het dok in konden, en kregen we de gelegenheid om wat van het land te zien.
Ik ben er met de befaamde “Blue Bullet” naar Hiroshima geweest en heb daar het oorlogsmonument bezocht. Het museum over de Atoombom was ontzettend indrukwekkend.
Wat die mensen allemaal meegemaakt hebben!! Daar moet het bombardement van Rotterdam een picknick bij vergeleken zijn, ongelofelijk!!
Na het weekend was het onze beurt om in dok te gaan, en kregen we de gelegenheid om de efficiëntie van de Japanners te bewonderen.
Wat een discipline! Wat een werklust! Wat een inzet! Niet te geloven!
Ik kreeg het al warm als ik er naar keek!
Door deze inzet was de dokbeurt dan ook snel gedaan, en tegen het eind van de dokbeurt kwam de nieuwe ploeg ons aflossen.
Wij konden naar huis!
Het werd een lange vlucht via Anchorage en over de Noordpool, maar na bijna 20 uur landden we weer op Schiphol.
Eenmaal thuis, ging ik op het kantoor langs, om eens te vragen hoe het met promotie zat.
Ik was nu een paar jaar derde machinist, en wilde hogerop.
Er werd eens moeilijk gekeken, en na een voorzichtige berekening kwamen ze tot de conclusie, dat het nog ongeveer acht jaar zou duren voordat ik Tweede zou kunnen worden.
Ik heb toen gevraagd of ze het erg zouden vinden als ik mijn licht eens ergens anders ging opsteken. Hier hadden zij geen bezwaren tegen, en zo ging ik links en rechts solliciteren.




willem

07/4/2004
11:52:04  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack.
Hier een mooi plaatje.




Zwartezee in actie
Grt willem van arendnet.


compass

07/4/2004
12:00:51  Hier een beginnetje van mijn memoires
Mijn nautich "ontbijt" is weer binnen; dank je wel Jack!

Bert de Boer



Joop.O.H.

07/4/2004
13:55:34  Hier een beginnetje van mijn memoires
Komplimenten voor je mooie verhalen Jack,maar hoe kan je ineens zonder lucht te komen zitten,ik heb zelf jaren als machinist gevaren op Nederlandse,Canadese en Amerikaanse schepen en zorgde altijd dat je een van de flessen afgesloten hebt met voldoende luchtdruk(normaal 30 Bar) er in voor als.....Alleen tijdens het manauvreren moet je die reserve fles met lucht nog wel eens aan spreken.

Gr.Joop


willem

07/4/2004
16:55:34  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jack.
Was de Giant 2 ook zo iets als de 4.?




Hier een foto van de Giant 4

grt.willem van arendnet


Jos Komen

07/4/2004
17:04:59  Hier een beginnetje van mijn memoires

Jack, je hebt mijn dag weer goed gemaakt met je mooie verhaal.
All the best
Jos


arij

07/4/2004
17:12:09  Hier een beginnetje van mijn memoires
jack niet te lang stoppen hoor.
dat houden we niet vol.
gr arij


mink.w

07/4/2004
20:02:27  Hier een beginnetje van mijn memoires
jack heerlijk die smakelijke verhaal steil zoals
jij het opschijft. h.g.mink.w


Harry Hogeboom

07/4/2004
20:33:38  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack,

Hou je draagbare computertje maar bij de hand, zodat je met pikheet weer aan het volgende verhaal kan "sleutelen"
Prachtige stijl "uit het losse polsje"

Complimenten, mvg HH



Jack Minneboo

08/4/2004
17:53:45  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo, Willem, en de rest ook natuurlijk.
Die Giant 4 ziet er zo op het eerste gezicht precies hetzelfde uit als de 2, maar kan natuurlijk van een groter tonnage zijn.
Ook een prachtige plaat van de Zwarte.
Ik heb nog enige hoofdstukken liggen, maar die wil ik eerst nog een keertje doorlopen, voor ik ze op het net gooi, ik ben ook al weer begonnen met de volgende hoofdstukken, en die komen allemaal als eerste hier te lezen.
Misschien dat ik nog een eigen site in elkaar sleutel, waar ik het geheel kan "verluchtigen" met de kiekjes die ik in die tijd geschoten heb.
Dit geheel was van de eerste vijf jaar van mijn negentien jarige loopbaan als machinist, dus er zit "nog wel wat in 't vat".
(over het vat gesproken, ik zit nu heerlijk aan een zelfgebrouwen tapje thuis!)



Jos Komen

08/4/2004
22:46:45  Hier een beginnetje van mijn memoires


Van Aad van Staveren
De giant 2. ze ligt gemeerd in Sliedrecht







willem

09/4/2004
09:27:35  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack geniet maar lekker van je eigen tapje.
Dan komen de verhalen van zelf.
Veel succes verder met het schrijven.
grt.willem van arendnet
Aad dat is hem Giant 2 kon hem niet vinden.


ronald

13/4/2004
12:02:36  Hier een beginnetje van mijn memoires
Giant 2, 3 en 4 zijn identiek. Giant 2 is in het verleden achterop van twee verwijderbare kasten voorzien geweest. Deze staan al enkele jaren in Hinna in opslag. Verder was de Giant 1 een normaal vlak ponton. Dit is na een stranding op de Spaanse kust gesloopt. De foto van de Giant 2 was overigens niet in Sliedrecht, maar afgelopen zomer bij Ridderkerk/ Slikkerveer.



Jos Komen

24/4/2004
21:11:24  Hier een beginnetje van mijn memoires

Ik ben begonnen om de verhalen van Jack in een ander jasje te steken dan op het forum en ze dan op Scheepspraat.nl te plaatsen, zodat ook degenen die het forum nooit bezoeken ervan kunnen genieten.
Eventuele extra foto's zijn van harte welkom.
Nog even wachten met foto's opsturen totdat ik het geplaatst heb en dan pas eventuele aanvullingen.
Alles over de Metula is van harte welkom, ik heb alleen onderstaande foto.
All the best
Jos






Loes van Leest

26/4/2004
09:00:12  Hier een beginnetje van mijn memoires
Mogge Jack
Ook je zus leest je memoires zo nu en dan. Van al die scheepstermen begrijp ik maar de helft, maar het is allemaal smakelijk te lezen. Ga door hoor en als er een boek komt krijg ik het eerste gesigneerde exemplaar he? loes


Willem

26/4/2004
11:24:40  Hier een beginnetje van mijn memoires
Hallo Jos
Foto's en database van de Metula zijn onderweg.
grt.
willem van arendnet


John

26/4/2004
14:29:15  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack, dit zijn leuke verhalen voor de mens. Leer hier op m'n ouwe dag nog wat van.
Heb hier een grote tekening aan de muur hangen van ene Koos Fillekes gewezen stuurman uit Maassluis van de Zwarte Zee uit 1971.
Heb ook nog een kennis waar ik mee op de mulo gezeten heb en later voor marconist heb geleerd en die ook op sleepboten gevaren heeft. Frans Meyster. Hij had als kind kinderverlamming gehad.

Gr.John


Jack Minneboo

26/4/2004
18:16:18  Hier een beginnetje van mijn memoires
Altijd leuk te horen dat mensen je verhalen waarderen, ik om binnenkort met een vervolg, bagger en kustvaart. maar hier ben ik nog aan bezig.


Jan Sturm

01/5/2004
10:08:34  Hier een beginnetje van mijn memoires
Jack, zeer herkenbare verhalen.Vooral je belevenissen in Singapore herken ik omdat ik daar zelf ook enkele keren ben geweest.Dat was met een dokbeurt met de tankers Avedrecht en Barendrecht van Van Ommeren in 1973 en 1974 bij de Sembawang Shipyard.Eetstalletjes en travestieten en een te kort op je boordrekening na vertrek.Jack ik ben benieuwd of er meer exklasgenoten van ons dit lezen en erop reageren. mvg Jan.


andre

01/5/2004
20:51:30  Hier een beginnetje van mijn memoires
prachtige verhalen. schrijf zelf ook wel eens iets op de site van nigoco


Jos Komen

01/5/2004
21:02:54  Hier een beginnetje van mijn memoires

Sorry Jack, ik ben er nog steeds mee bezig, maar wordt steeds afgeleid.
All the best
Jos


Jos Komen

05/5/2004
22:55:47  Hier een beginnetje van mijn memoires

De eerste 4 hoofdstukken staan inmiddels op kombuispraat met foto's.
Er komen nog meer foto's bij en uiteraard de volgende hoofdstukken.
www.tugspotters.com heeft me toestemming gegeven uit hun arsenaal te putten, uiteraard met bronvermelding.
Het eerste begin is er dus.
All the best
Jos

memoires van Jack Minneboo



Jack Minneboo

06/5/2004
15:14:31  Hier een beginnetje van mijn memoires
Ziet er gelikt uit, Jos, vooral met die foto's!!
Jack


Jos Komen

06/5/2004
23:04:25  Hier een beginnetje van mijn memoires

Alle verhalen van Jack die tot nu toe verschenen zijn op Kombuispraat staan nu met foto's op Scheepspraat.nl.
All the best
Jos




Built by Text2Html