nnb logo


Maria- of Witte-kapel, Leudalweg

Omgeven door eeuwenoude lindebomen staat te Neer aan de rand van het Leudal de kapel van O.L.Vrouw in het Sant, ook wel O.L.Vrouw in het ven geheten.
Zoals van zoveel kapellen en wegkruisen is de precieze reden tot oprichting onbekend. Toch hebben er oude documenten over deze kapel bestaan.
Pastoor Stiels van Neer tekent op 6 sept. 1805 op, dat hij een aantal papieren, waaronder De Stichtingsakte van de kapel van O.L.Vrouw in het Sant in bewaring heeft gegeven aan de kerkmeesters van Neer. dit was dus in de franse tijd.
Helaas zijn juist deze stukken spoorloos. Het enige houvast wat we omtrent de stichting hebben is de gevelsteen met het jaartal 1711. In 1710 waren er duizenden duitse soldaten in Neer gelegerd. De mensen van Neer moesten deze soldaten onderhouden. Het dorp telde toen 250 huizen en ongeveer 1500 inwoners.
Het is niet onmogelijk dat juist "De witte Kapel" aan deze verwarde tijden haar ontstaan te danken heeft.
Heeft de Neerse bevolking samen met de Norbertinessen van Keijsersbosch misschien een gelofte gedaan om van deze rampspoed bevrijd te worden ?
Het ligt voor de hand dat door de inkwartiering verarmde bevolking van Neer deze Kapel niet alleen had kunnen bouwen.
Of is de Kapel een stichting van Keijsersbosch alleen ?
Mogelijk heeft ter plaatse eerder een kleiner veld-of boomkapelletje gestaan. Zowel het oude beeldje in het gevelnisje, dat zich thans in de sacristie van de parochiekerk bevindt en voor het originele genade-beeldje doorgaat, evenals het Mariabeeld op het altaar zijn ouder dan de kapel.
het beeldje dat nu in het nisje staat, is een copie van het oude.
Het Mariabeeld op het altaar in de kapel is uit de 16de eeuw evenals het grote kruis tegen de buitenmuur van de kapel.
Het Mariabeeldje uit het nisje wordt door deskundigen ouder dan 400 jaar geschat.
Gezien de houding van dit beeldje moet het deel uit gemaakt hebben van een Calvarie-groepje. De toenmalige bisschop van Luik bevorderde vooral de Mariadevotie, welke door het Jansenisme verworpen werd. Keijsersbosch stimuleerde de Mariadevotie ook krachtig.
Deze twee feiten kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de "Witte Kapel" Uit een aantekening van pastoor van der Wielen in 1838 in het kerkarchief van Neer, Blijkt dat de kapel van O.L.Vrouw in het ven in genoemd jaar schilderijen bezit, afkomstig van Keijsersbosch.

mariakapel02.jpg
mariakapel02.jpg
mariakapel03.jpg
mariakapel03.jpg
mariakapel04.jpg
mariakapel04.jpg
mariakapel05.jpg
mariakapel05.jpg
mariakapel06.jpg
mariakapel06.jpg
mariakapel07.jpg
mariakapel07.jpg

De Mariadevotie bloeide in Neer, vooral door de oprichting van de broederschap van O.L.Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans, opgericht door pastoor Hamonts in 1719 of 1729, waarvoor twee kapelaans van Keijsersbosch bijzonder hadden geijverd en welke al gauw 500 leden telde, een derde dus van de Neerse bevolking. In 1790 werd de inschrijving enige tijd verwaarloosd, doch pastoor Stiels zorgde voor een nieuwe opbloei. Pastoor Stoutemans verhief in 1817 de broederschap tot aartsbroederschap.
In 1742 werd in de kapel door een inwoonster van Neer een Benificie gesticht. Dit Benificie was belast met een H. Mis welke vrijdags in de kapel moest worden opgedragen, in 1838 nog altijd iedere vrijdag.
In latere tijd heeft men de buitenmuren van de kapel witgekalkt, vandaar de naam "Witte Kapel". Rond 1861 heeft men een zeshoekig torenspitsje op de voorgevel geplaatst. Beeldhouwer-schilder Lücker uit Roermond heeft de kapel geschilderd.
De engelen en Maria-vereerders boven het altaar zijn van de hand van Windhausen.(1937)
Pastoor Litjens liet de kapel in 1928 restaureren.
De kalk werd toen van de buitenmuren verwijderd, waardoor de oude veldoven stenen weer zichtbaar werden.
In januari 1945 vonden 6 van de 7 kinderen welke omkwamen bij een mijnontploffing bij het patronaat, onder het grote kruis achter de kapel een laatste rustplaats. Het kerkhof v.d. parochie lag toen onder granaatvuur en was dus niet te gebruiken.
De jaarlijkse sacramentsprocessie heeft bij de kapel haar rustaltaar. Op de tweede zondag van September trekt er vanuit de parochiekerk een processie naar de kapel (herdenkingstichtingsdatum?)

In 1911 werd het 200-jarig bestaan luisterrijk gevierd en ook in 1961 het 250-jarig bestaan. In dat jaar werd een openluchtspel opgevoerd bij de kapel.
Over de Witte Kapel doen een aantal volksverhalen de ronde :
1. Een landman hoorde een vrouwestem uit een put die hem vroeg hier een kapel te bouwen.
2. Een godsvruchtige vrouw, welke uit Brumholt, waar ze woonde, regelmatig op bedevaart ging naar O.L.Vrouw in 't zand te Roermond, hoorde ter plaatse een stem die haar vroeg:
"Waarom versmaadt gij mij en gaat aan mij voorbij?"
3. De Fransen hebben het beeldje van elders meegebracht en achtergelaten terplaatse waar nu de kapel staat.
4. Eens wilden de Norbertinessen van Keijsersbosch het beeldje naar het klooster brengen, op zo'n 300 meter afstand van de kapel gelegen. Maar het beeldje verdween uit het klooster en ging terug naar de oude plaats. De zusters verdachten de boeren van Kinkhoven ervan het beeldje te hebben weggehaald, daar ze met lede ogen het beeldje naar het klooster hadden zien brengen, maar dat bleek niet waar te zijn: telkens als men het beeldje naar het klooster bracht, ging het vanzelf terug naar de oude plaats.
5. Een zekere Theelen's Heer die zich niet zonder krukken kon voortbewegen en derhalve te paard naar de H. Mis in de kapel kwam, bleek op een keer na de Mis normaal te kunnen lopen.
6. Een jongeman welke altijd op krukken had gelopen, beloofde zijn krukken in de kapel achter te laten als hij goed kon lopen. En inderdaad op een keer kon hij zonder de hulp van de krukken lopen. Hij liet dankbaar zijn krukken in de kapel achter. (Oude mensen vertelden dat in het laatst van de vorige eeuw krukken en windselen in de kapel hingen welke later zijn opgeruimd).
7. Achter de kapel ligt de Kromme Nets, berucht door rondspokende heksen en weerwolven.

Grote belangstelling voor de openluchtmis 2001, ruim 450 gelovigen kwamen tesamen.
De gouden en zilveren ex-voto's welke in de kapel aanwezig waren, zijn uit veiligheidsredenen, enkele jaren geleden naar de parochiekerk overgebracht.
Is het genadebeeldje misschien door de Hessen, welke Neer in 1645 nagenoeg platbrandden, in 't ven geworpen waardoor de naam O.L.Vrouw in 't Ven kan zijn ontstaan, in plaats van door de Fransen?
De naam O.L.Vrouw in 't Sant zou in verband kunnen worden gebracht met de, in de nabijheid gelegen, vooral vroeger sterk stuivende akkers en stuifzanden.
Er kan dus mogelijk vóór 1711 een kapelletje gestaan hebben, van waaruit de Norbertinessen het beeldje naar Keijsersbosch brachten. Uit het verhaal spreekt een zekere spanning tussen keijsersbosch en de boeren van Kinkhoven.
In 1961 is de kapel nog opgeknapt: Nieuwe leien op het dak, een nieuw torentje en een nieuw glas in lood raam. In 1979 zijn er opnieuw werkzaamheden aan de Witte Kapel uitgevoerd.
De Witte Kapel in Neer is steeds een plek geweest, waar vooral zondagsmiddags velen naar toe trokken.
De een richt een gebed om een goede oogst, de ander om beterschap in ziekte. Zo zijn er in de loop der jaren verscheidene mensen geweest die zich bijzonder aangetrokken voelden tot dit bedevaartoord.
Een dezer was Pater Ties die zo graag zong en daarom een vrolijk man was, immers zingende mensen zijn gelukkige mensen. Pater ties was een boerenzoon die gewoond heeft op Kinkhoven. Dagelijks bezocht hij de Witte Kapel. En zondags bad hij van 3 tot 8 uur de rozenkrans voor het O.L.Vrouwenbeeld.
Ook nam Ties veel deel aan bedevaarten naar Kevelaer.
Gedurende de hele tocht was hij voorbidder.
Op latere leeftijd is Pater Ties gaan inwonen bij de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid te Neer.
De laatste woorden van deze zo godsvruchtige man waren:
"Noe kumptj ze mich haole", zijn blik was toen strak naar boven gericht.